25 januari


Pascha en de Exodus

De onderhandelingen met Farao zijn mislukt. Farao heeft duidelijk een onomkeerbare positie ingenomen, die alleen door de zwaarste Goddelijke inmenging kan worden overwonnen. Daarom treft God voorbereidingen om Zijn volk uit de Egyptische gevangenschap te laten vertrekken, en wel door middel van een verwoestend machtsvertoon; de eerstgeborene van alles wat leeft in Egypte zal sterven – behalve van de Israëlieten, die zal God sparen door middel van een plan waarin lammeren moeten worden geofferd. Het bloed van deze lammeren zal aangeven wie bij Gods volk hoort. De dood die Egypte treft, maar de Israëlieten overslaat (Pascha betekent 'sloeg over'), is de inluiding van een massale exodus van het Hebreeuwse volk uit het land van hun gevangenschap.
Het belang van deze gebeurtenis is niets minder dan de realisatie van Gods beloften aan Abraham, Isaäk en Jakob. Het is de verlossing van Gods volk uit hun gevangenschap in een heidens land, en een inleiding tot de stichting van een Israëlische natie die ooit gezegend zal worden. Om ervoor te zorgen dat volgende generaties zich deze gebeurtenis zullen herinneren en symbolisch zullen naspelen, geeft God hier aanwijzingen voor de Paschaviering

Ex. 12:1-13
AANWIJZINGEN VOOR PASCHA. Voordat Mozes voor de laatste keer naar Farao ging, had de HERE tegen hem gezegd: "Voortaan zal deze maand de eerste maand van het Israëlitische jaar zijn. Vertel alle Israëlieten dat op de tiende dag van deze maand elk gezin een lam moet nemen. Eén lam voor elk huis. Als het een klein gezin is, kan het met een ander klein gezin samen een lam nemen. Dat hangt af van het aantal gezinsleden, want het lam moet wel helemaal worden opgegeten. Het mag geen enkel gebrek hebben en het moet mannelijk en één jaar oud zijn. Het mag ook een geit zijn. Op de avond van de veertiende dag van de maand moeten alle Israëlieten hun lammeren slachten. Het bloed van de dieren moeten ze strijken aan de posten van de voordeur van het huis waar zij eten. Die nacht moet iedereen geroosterd vlees eten, met ongezuurd brood en bittere kruiden. Het vlees mag niet rauw of gekookt worden gegeten; rooster het boven het vuur met de kop, de poten en de ingewanden erbij. Al het vlees moet diezelfde nacht worden opgegeten. Als er toch iets overblijft, moet dat de volgende morgen worden verbrand. Het moet een haastige maaltijd zijn; iedereen moet klaar staan om op reis te gaan. De schoenen aan en de wandelstaf in de hand. Het is een Pascha (Voorbijgang) voor de HERE.
Want Ik zal deze nacht door Egypte gaan en alle eerstgeborenen van mens en dier doden. Ik zal de afgoden van Egypte voor schut zetten, Ik, de HERE. Het bloed aan de deurposten zal voor Mij het teken zijn dat daar Israëlieten zijn. Als Ik het bloed zie, sla Ik dát huis over. Uw eerstgeborenen zullen niet het slachtoffer worden van de straf die Ik Egypte ga opleggen.

Ex. 12:14-20
JAARLIJKSE VIERING. Voortaan moet u deze gebeurtenis elk jaar herdenken. Dit voorschrift blijft altijd van kracht, ook voor toekomstige generaties. Zeven dagen lang moet u ongezuurd brood eten. Op de eerste dag van het feest moet iedereen het zuurdeeg weggooien, zodat niemand iets gezuurds kan eten. Degene die dat wel doet, moet uit het volk worden verstoten. Op de eerste en de zevende dag van het feest moet u voor een eredienst bijeenkomen en op die dagen mag niemand werken. Alleen het klaarmaken van eten is dan toegestaan.
Dit jaarlijkse 'Feest van de Ongezuurde Broden' zal een herinnering zijn aan deze dag, de dag dat Ik u uit het land Egypte heb geleid. Het is mijn eeuwigdurende wet dat u deze dag van generatie op generatie zult vieren. Van de avond van de veertiende dag van de maand tot de avond van de eenentwintigste dag van de maand mag alleen ongezuurd brood worden gegeten. Gedurende deze zeven dagen mag niemand zuurdeeg in huis hebben; iedereen die in die tijd toch iets gezuurds eet, moet worden verdreven uit de gemeenschap van Israël. Dit geldt zowel voor buitenlanders die bij u wonen als voor de mensen die tot het volk Israël zelf behoren. Ik herhaal: gedurende die zeven dagen mag niemand iets gezuurds eten, alleen ongezuurd brood is toegestaan."

Ex. 12:43-49
REGELS VOOR BUITENLANDERS. De HERE zei tegen Mozes en Aäron: "Dit zijn de regels voor de viering van het Pascha.
Geen enkele vreemdeling mag van het lam eten. Dat geldt ook voor de slaaf, die iemand heeft gekocht, maar die nog onbesneden is. Buitenlanders en gehuurde werkkrachten mogen er ook niet van eten.
Het lam moet in één huis worden gegeten en mag niet naar buiten worden gebracht. Ook mogen de beenderen niet worden gebroken. Het hele volk moet dit feest vieren.
Als er een buitenlander bij u woont, moeten eerst al zijn mannelijke huisgenoten worden besneden. Als dat is gebeurd, hoort hij erbij en mag hij het feest meevieren. Maar een onbesnedene mag er niet van eten. Eén en dezelfde wet geldt zowel voor geboren Israëliet als voor de vreemdeling die bij het volk woont."

Ex. 12:21-28, 12:50
AANWIJZINGEN VOOR HET VOLK. Mozes riep de leiders van Israël bijeen en zei tegen hen: "Haal voor elk gezin één lam uit uw kudden en slacht dit. Vang het bloed van het lam op in een schaal, doop daar een bosje hysop in en strijk daarmee het bloed aan de posten van jullie huisdeuren. Daarna mag niemand het huis verlaten tot de morgen aanbreekt. De HERE gaat vannacht door Egypte om haar bewoners te straffen. Als Hij echter het bloed aan de deurposten ziet, zal Hij dat huis voorbij gaan en de Vernietiger niet toestaan naar binnen te gaan om de eerstgeborene te doden.
Vergeet het niet: dit zijn voorschriften die blijvend van kracht zijn voor u en voor uw kinderen. Als u bent aangekomen in het land dat de HERE ons gaat geven, moet u dit elk jaar herhalen. En als uw kinderen dan vragen: 'Waarom doet u dat?', dan moet u antwoorden: 'Het is een Pascha-offer voor de HERE, Die in Egypte onze huizen voorbij ging, toen Hij de Egyptenaren strafte." Toen knielden alle aanwezigen en bogen hun hoofd voor de HERE. De Israëlieten voerden de opdrachten uit, die de HERE hun door Mozes en Aäron had gegeven.

Ex. 12:29-32
FARAO LAAT ISRAELIETEN GAAN. Rond middernacht doodde de HERE iedere eerstgeborene in Egypte, van de zoon van Farao tot de zoon van de gevangene in de kerker en ook van het vee. Farao, zijn dienaren en het hele volk stonden 's nachts op; door het hele land kon men de rouwklachten horen, want er was geen huis waar geen dode te betreuren was.
Nog diezelfde nacht ontbood Farao Mozes en Aäron en zei: "Verlaat ons land! U en uw volk moeten vertrekken. Neem uw kleinvee en uw runderen ook mee, maar vertrek in elk geval! En bid tot uw God voor mij en mijn land."

Ex. 12:33-36
EGYPTENAREN GEVEN HULP. Ook de andere Egyptenaren drongen er bij de Israëlieten op aan dat zij het land snel zouden verlaten. Zij waren bang dat zij allemaal zouden sterven. Toen namen de Israëlieten hun ongezuurde deeg, wikkelden de baktroggen in hun kleren en namen deze op de schouder. Zij gehoorzaamden het bevel van Mozes en vroegen de Egyptenaren om goud, zilver en kleren. De HERE zorgde ervoor dat de Egyptenaren hen gunstig gezind waren en hun eisen inwilligden. Zo bleef het Egyptische volk berooid achter!

Ex. 12:37,51,38,39 (ca. 1446 v.C.)
EXODUS BEGINT. Daarna verlieten de Israëlieten Raämses en trokken lopend naar Sukkoth. Die dag leidde de HERE het volk Israël uit Egypte weg. Familie na familie passeerde de landsgrenzen. Het was een menigte van 600.000 mensen, de kinderen niet meegerekend! Daarbij kwam ook nog een aantal mensen van niet- Joodse afkomst en bovendien al het vee. Van het deeg dat zij hadden meegenomen, bakten zij ongezuurde broden. Door hun overhaaste vertrek hadden zij geen eten voor onderweg kunnen klaarmaken.

Ex. 12:40-42
BELANG VAN EXODUS. De zonen van Jakob en hun nakomelingen hadden 430 jaar in Egypte gewoond en op de laatste dag van dat 430-ste jaar verliet het volk van de HERE Egypte. Deze nacht koos de HERE om Zijn volk uit het land Egypte te leiden. Voortaan werd deze nacht elk jaar gevierd ter ere van de HERE.

Ex. 13:1,2
GOD EIST EERSTGEBORENEN OP. Toen zei de HERE tegen Mozes: "Draag alle oudste zonen van Israël aan Mij op en ook de oudste mannelijke dieren; zij zijn van Mij!"

Ex. 13:3-10
FEEST VAN ONGEZUURDE BRODEN. Mozes zei tegen het volk: "Dit is een dag die wij altijd moeten blijven gedenken: de dag dat de HERE ons uit Egypte en de slavernij heeft bevrijd. De HERE heeft ons met veel wonderen bevrijd en daarom mag er niets gezuurds worden gegeten. Deze dag waarop wij vertrekken, is de tiende dag van de maand Abib. Het is de dag van de uittocht uit Egypte, waarop de HERE ons naar het land van de Kanaänieten, Hethieten, Amorieten, Hevieten en Jebusieten heeft gebracht. Dat is het land dat Hij heeft beloofd aan onze voorouders, een land dat overvloeit van melk en honing. Zeven dagen lang moet er ongezuurd brood worden gegeten en mag er geen gezuurd deeg in uw huis of zelfs in het land zijn. Op de zevende dag zal er een groot feest voor de HERE worden gevierd. Die dag moet iedere vader aan zijn zoon uitleggen: 'Dit feest vier ik als een herinnering aan wat de HERE heeft gedaan bij mijn uittocht uit Egypte'. Deze jaarlijkse feestweek zal u kenmerken als het unieke volk van de HERE, alsof er een merk op uw handen en voorhoofden was als teken dat u aan de HERE toebehoort. En laat de voorschriften van de HERE dan duidelijk weerklinken. Vier dit feest dus elk jaar op de daarvoor vastgestelde tijd.

Ex. 13:11-16
WET VAN EERSTGEBORENEN GELAST. Wanneer de HERE ons naar het land heeft gebracht dat Hij lang geleden aan onze voorouders heeft beloofd en waar de Kanaänieten nu wonen, onthoud dan dat alle oudste zonen en het eerstgeborene van de dieren aan de HERE toebehoren en geef deze ook aan Hem. Een eerstgeboren ezelsveulen kunt u terugkrijgen van de HERE in ruil voor een lam. Maar als u besluit niet te ruilen, moet u het ezelsveulen doden. Uw oudste zoon móet u echter terugkopen van de HERE.
Als uw zoon later vraagt: 'Wat betekent dit allemaal?', dan moet u hem vertellen: 'Met machtige wonderen bevrijdde de HERE ons uit Egypte en uit de slavernij. Farao wilde ons niet laten gaan en daarom doodde de HERE alle eerstgeborenen van Egypte, zowel van de mensen als van de dieren. Daarom geef ik alle mannelijke eerstgeborenen aan de HERE. Het eerstgeborene van de dieren offer ik aan de HERE en mijn oudste zoon koop ik van de HERE terug'. Deze herdenking kenmerkt ons als het volk van de HERE, alsof Hij Zijn merkteken op onze handen en voorhoofden had gezet. Wij herdenken dat de HERE ons met een sterke hand uit Egypte heeft bevrijd."

Download (Het Boek)
Download (Statenvertaling)

De chronologische Bijbel -- januari



Met dank aan Biblica en Harvest House Publishers. Nadruk en reproductie verboden.
Voor meer details, lees alsjeblieft onze copyrightvoorwaarden



WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen