7 november


Bediening in Perea

Wanneer Jezus het gebied aan de overkant van de Jordaan binnentrekt, betreedt Hij de provincie Perea die bestuurd wordt door de tetrarch Herodes Antipas, die ook over Galilea heerst. Het is dezelfde Herodes die eerder Johannes de Doper had laten onthoofden. Nu vreest hij waarschijnlijk voor een opstand onder het volk als reactie op de aanwezigheid van Jezus op zijn grondgebied. Maar Jezus is niet bang voor Herodes, omdat Hij weet dat Zijn leven in Jeruzalem ten einde zal komen. Het is niet duidelijk of de Farizeeërs die Jezus voor Herodes waarschuwen echt in Hem geloven of dat zij proberen Hem te bewegen het gebied te verlaten.
Gedurende deze periode van Zijn bediening onderwijst Jezus de mensen opnieuw met behulp van talrijke gelijkenissen. Deze beslaan een groot aantal onderwerpen, waaronder de prijs van het discipelschap, de waarde van verloren zielen, de afwijzing van Zijn koninkrijk, de noodzaak van nederigheid en de slechtheid van hypocritische religie.

Luk. 13:22-30 - Perea
AANTAL MENSEN DAT GERED ZAL WORDEN. Hij reisde verder naar Jeruzalem. Onderweg, in de steden en dorpen, sprak Hij met de mensen. Iemand zei tegen Hem: "Here, er komen zeker niet veel mensen in Gods koninkrijk?"
"De deur naar de hemel is smal", antwoordde Jezus. "Doe uw uiterste best er binnen te komen. Want vele mensen zullen het tevergeefs proberen. Nadat de huiseigenaar de deur gesloten heeft, zal het te laat zijn. Dan zult u buiten blijven staan. En als u aanklopt en smeekt: 'Here, doe de deur voor ons open', zal Hij zeggen: 'Ik ken u niet.'
'Maar we hebben samen met U gegeten en gedronken. U hebt in onze straten gesproken.'
En Hij zal antwoorden: 'Ik zeg het nog eens: Ik weet niet waar u vandaan komt. Ga weg! U hebt niet willen doen wat God zei.'
U zult huilen en knarsetanden als u ziet dat Abraham, Isaäk en Jakob en alle profeten in het Koninkrijk van God zijn, maar u zelf niet.' Uit alle delen van de wereld zullen mensen plaatsnemen in het Koninkrijk van God. En let op: Sommigen die nu vooraan staan, zullen dan met de laatste plaats genoegen moeten nemen."

Luk. 13:31-33
JEZUS GEWAARSCHUWD VOOR HERODES. Op dat moment kwamen enkele Farizeeërs bij Hem en zeiden: "Ga hier zo vlug mogelijk vandaan, want Herodes wil U laten doden!"
Jezus antwoordde: "Zeg maar tegen die vos dat Ik vandaag en morgen gewoon doorga met het wegjagen van boze geesten en het genezen van zieken. Het duurt niet lang meer tot Ik klaar ben. Hoe dan ook, Ik moet nog een paar dagen verder reizen. Want het is niet mogelijk dat een profeet van God ergens anders wordt gedood dan in de stad Jeruzalem.

Luk. 13:34,35
KLAAGZANG OVER JERUZALEM. Och, Jeruzalem, Jeruzalem! De stad die de profeten vermoordt. De stad die stenen gooit naar de mannen, die gestuurd zijn om haar te helpen. Hoe vaak heb Ik uw kinderen bijeen willen brengen als kuikens onder de vleugels van de moeder? Maar u wilde niet. Daarom wordt u nu aan uw lot overgelaten. En Mij zult u niet meer zien. U zult Mij pas weer zien op de dag dat u zegt: 'Alle eer is voor Hem Die komt in de naam van de Here."

Luk. 14:1-6
MAN GENEZEN VAN WATERZUCHT. Op een sabbat ging Hij bij een vooraanstaande Farizeeër thuis eten. Zij hielden Hem daar goed in het oog, want er was iemand bij Hem komen staan die last van waterzucht had. Jezus vroeg aan de Farizeeërs en godsdienstleraars in dat huis: "Mag men volgens de wet van Mozes iemand op de sabbat genezen of niet?" Zij zwegen in alle talen. Jezus nam de zieke man bij de hand, genas hem en liet hem gaan.
Daarna keek Hij hen weer aan en zei: "Als uw zoon op een sabbat in een put valt, haalt u hem er toch ook uit? En een koe laat u er ook niet in liggen." Ze wisten niet wat ze moesten antwoorden.

Luk. 14:7-11
GELIJKENIS OVER EREPLAATS. Het was Hem opgevallen dat de gasten allemaal op de beste plaatsen wilden zitten. Daarom gaf Hij hun deze raad: "Als iemand u uitnodigt op een bruiloft, ga dan niet op de beste plaats zitten. Stelt u zich voor dat de gastheer iemand heeft uitgenodigd die belangrijker is dan u. Dan zal hij naar u toekomen en vragen: 'Wilt u alstublieft plaats maken voor deze gast?' Dan staat u voor schut en moet u genoegen nemen met een plaatsje dat nog over is. U kunt het beste de minste plaats uitzoeken. Misschien zegt de gastheer dan wel: 'Vriend, u kunt deze plaats nemen. Die is veel beter.' Dan maakt u voor al de andere gasten een goede beurt. Want ieder die zichzelf meer eer geeft dan hem toekomt, zal worden vernederd. En wie zichzelf heel gewoon vindt, zal eer ontvangen."

Luk. 14:12-14
ONZELFZUCHTIGHEID BENADRUKT. Jezus zei tegen Zijn gastheer: "Wanneer u mensen uitnodigt bij u thuis te komen eten, vraag dan niet uw vrienden, broers, familieleden of rijke buren. Want die kunnen u op hun beurt ook weer uitnodigen. Nodig in plaats daarvan de armen, kreupelen, lammen en blinden uit. Die mensen kunnen u niets teruggeven. Daarom zal God u belonen als de rechtvaardigen weer levend worden."

Luk. 14:15-24
GELIJKENIS OVER GROOT FEESTMAAL. Iemand bij Jezus aan tafel hoorde dit en zei: "Wat moet het heerlijk zijn in het Koninkrijk van God te komen!"
Jezus antwoordde: "Iemand organiseerde een groot feest en nodigde vele mensen uit. Toen alles klaar was, stuurde hij zijn knecht bij hen langs om te zeggen dat ze konden komen.
Maar zij hadden allemaal een excuus om niet te komen. De een zei dat hij een stuk land had gekocht en daar nodig moest gaan kijken. Hij verontschuldigde zich dat hij niet kon komen.
De ander zei dat hij net vijf paar ossen had gekocht en die zou gaan keuren. Ook hij kon niet komen. Weer een ander was pas getrouwd en daarom verhinderd.
De knecht ging terug en vertelde het allemaal aan zijn heer. Die was hevig verontwaardigd. Hij gaf de knecht opdracht vlug naar de achterbuurten van de stad te gaan om de armen, kreupelen, lammen en blinden uit te nodigen. Maar toen die er waren, bleek er nog plaats over te zijn.
'Goed', zei de heer. 'Ga de stad uit. Ga de wegen en de paden op en zoek nog meer mensen. Doe je uiterste best ze hierheen te brengen. Want mijn huis moet vol worden. En die ik eerst had uitgenodigd, krijgen niets van alles wat ik had klaarstaan."

Luk. 14:25-33
PRIJS VAN DISCIPELSCHAP. Er kwamen heel veel mensen naar Jezus toe. Op een gegeven ogenblik draaide Hij Zich om en zei: "Wie bij Mij wil horen, moet meer van Mij houden dan van zijn vader, moeder, vrouw, kinderen, broers en zusters. Ik moet hem zelfs meer waard zijn dan zijn eigen leven. Anders kan hij mijn discipel niet zijn. Niemand kan mijn discipel zijn als hij niet zijn kruis draagt en Mij volgt.
Maar begin er niet aan als u niet eerst hebt berekend wat het u gaat kosten. Want wie laat nu een toren bouwen zonder eerst prijsopgave te vragen? Hij moet weten of hij genoeg geld heeft om alle rekeningen te betalen. Anders komt hij misschien niet verder dan de fundering. Iedereen zou lachen en zeggen: 'Heb je dat gezien? Die man begon te bouwen en moest halverwege ophouden, omdat hij niet genoeg geld had!'
En welke koning zal het in zijn hoofd halen tegen een andere koning oorlog te voeren zonder eerst de legers te hebben vergeleken? Hij zal eerst nagaan of zijn leger van 10.000 man in staat zal zijn het vijandelijke leger van 20.000 man te verslaan. Als hij ziet dat hij geen kans maakt, zal hij de vijand, zolang die nog ver weg is, een delegatie tegemoet sturen om over vrede te onderhandelen. Daarom kunt u, als u geen afstand kunt doen van al uw bezit, nooit mijn discipel worden.

Luk. 14:34,35
GELIJKENIS OVER ZOUT. Zout is goed. Maar als het zijn smaak verliest, waarmee zult u het eten dan nog pittig maken? Zulk zout is waardeloos. U kunt het niet meer gebruiken, zelfs niet als mest. Het is alleen nog geschikt om weggegooid te worden.
Onthoud dit goed."

Luk. 15:1-7
GELIJKENIS OVER VERLOREN SCHAPEN. De tolontvangers en andere mensen met een slechte naam kwamen vaak naar Jezus luisteren. Dat lokte de kritiek van de Farizeeërs en de godsdienstleraars uit. Zij vonden het een schande dat Hij Zich met zulk soort mensen bemoeide. Hij ging zelfs met hen eten!
Om hun duidelijk te maken waarom Hij dat deed, zei Hij: "Als u nu eens honderd schapen had en één ervan raakte verdwaald, wat zou u dan doen? Het zoeken! Net zolang tot u het vond. De andere 99 zou u gewoon laten grazen. Als u het verdwaalde schaap dan vond, zou u uw vrienden en buren bij elkaar roepen en zeggen: 'Luister. Mijn schaap was verdwaald en ik heb het teruggevonden. Zijn jullie ook niet blij?' Zo is ook in de hemel meer blijdschap over één zondaar die bij God terugkomt dan over 99 anderen die niet verdwaald waren.

Luk. 15:8-10
GELIJKENIS OVER VERLOREN MUNT. Of denk eens aan een vrouw die tien zilveren muntjes had en één ervan verloor. Zou ze niet een lamp aansteken en overal zoeken en het hele huis aanvegen tot ze de munt vond? Ze zou haar vriendinnen en buurvrouwen bij elkaar roepen en zeggen: 'Zijn jullie ook niet blij dat ik de zilveren munt die ik kwijt was, weer heb gevonden?' Ik zeg u dat er bij de engelen van God grote blijdschap is als één zondaar bij God terugkomt."

Luk. 15:11-32
GELIJKENIS OVER VERLOREN ZOON. Jezus vertelde nog een gelijkenis. "Een man had twee zonen. Op een dag zei de jongste: 'Vader, ik wil mijn deel van de erfenis nu al hebben.' De vader verdeelde zijn bezit tussen zijn twee zonen.
Een paar dagen later pakte de jongste zoon zijn bezittingen en ging op reis naar een ver land. Daar verbraste hij zijn hele hebben en houden. Juist toen hij niets meer over had, werd het land getroffen door een vreselijke hongersnood. Het zag er heel slecht voor hem uit. Hij wist een baantje te krijgen bij een boer en moest naar het land om op de varkens te passen. Hij had zo'n honger dat hij graag wat van het varkensvoer had gegeten, maar dat mocht niet.
Eindelijk kwam hij tot bezinning en dacht bij zichzelf: 'Bij mijn vader thuis hebben zelfs de knechts meer dan genoeg te eten. En kijk mij hier nu eens zitten! Ik sterf bijna van de honger. Ik weet wat! Ik ga naar mijn vader en zal hem zeggen: 'Vader, ik heb gezondigd tegen God en tegen u. Ik ben het niet waard nog langer uw zoon genoemd te worden. Wilt u mij aannemen als knecht?' Zo ging hij op weg naar het huis van zijn vader.
Die zag hem al in de verte aankomen en had erg met hem te doen. De man holde hem tegemoet, viel hem om de hals en kuste hem.
'Vader', zei de zoon, 'ik heb gezondigd tegen God en tegen u. Ik ben het niet langer waard uw zoon genoemd te worden...'
Maar de vader liet hem niet eens uitspreken en zei tegen de knechten: 'Vlug! Haal de mooiste kleren die we in huis hebben en geef hem die om aan te trekken. Geef hem een ring voor zijn vinger en een paar schoenen. Slacht het kalf dat we hebben vetgemest. Wij gaan feestvieren. Want mijn jongste zoon was dood en is weer levend geworden. Ik was hem kwijt en heb hem weer terug.' En zij vierden feest.
Ondertussen was de oudste zoon op het land aan het werk. Toen hij thuiskwam, hoorde hij dansmuziek. Hij riep een knecht en vroeg wat er aan de hand was. 'Uw broer is terug', antwoordde de knecht, 'en uw vader heeft het mestkalf laten slachten. Hij is zo blij dat uw broer weer gezond en wel thuis gekomen is.'
De oudste broer werd kwaad en wilde niet naar binnen gaan. Zijn vader kwam naar buiten en probeerde hem mee te krijgen. Maar hij antwoordde: 'Luister, vader! Al die jaren heb ik mij voor u uitgesloofd. Ik heb altijd gedaan wat u zei. Maar u hebt mij nog nooit een bokje gegeven om te slachten en feest te vieren met mijn vrienden. Nu komt die zoon van u thuis; hij heeft eerst uw geld er bij de hoeren doorgejaagd en wat doet u? U slacht voor hem het beste kalf dat we hebben!'
'Maar jongen', zei de vader, 'jij en ik zijn altijd samen. Alles wat van mij is, is van jou. Wij kunnen niet anders dan feestvieren. Het is je eigen broer. Hij was dood en is weer levend geworden. We waren hem kwijt en hebben hem nu terug."

Luk. 16:1-13
GELIJKENIS OVER ONEERLIJKE MANAGER. Jezus vertelde Zijn discipelen nog een gelijkenis. "Een rijke man had een beheerder in dienst die op zekere dag van verduistering werd beschuldigd. De rijke man riep hem bij zich en zei: 'Wat hoor ik allemaal over u? Lever de boeken maar in voor controle. U bent ontslagen.'
De beheerder dacht bij zichzelf: 'Wat moet ik nú doen? Nou zit ik zonder werk! Spitten en graven kan ik niet. Ik zou me schamen om te gaan bedelen. Ik weet al wat! Natuurlijk! Daardoor krijg ik veel vrienden. Die zullen voor me zorgen, als ik op straat word gezet.'
Hij liet de mensen die bij zijn heer in de schuld stonden een voor een bij zich komen. 'Wat bent u mijn heer nog schuldig?' vroeg hij aan de eerste.
'Honderd vaten olie', antwoordde de man.
'Hier is uw schuldbekentenis', zei de beheerder. 'Verscheur die en schrijf een nieuwe voor vijftig vaten.'
'En wat bent u mijn heer schuldig?' vroeg hij aan de volgende.
'Honderd zakken tarwe', was het antwoord.
'Hier is uw schuldbekentenis', zei de beheerder. 'Verscheur die en schrijf een nieuwe voor tachtig zakken.'
De heer moest vol bewondering toegeven dat die sluwe beheerder zijn eigen zaken heel goed had behartigd. Ja, de mensen van deze wereld zijn in hun omgang met de medemensen vaak veel handiger dan de mensen die bij God horen. U moet verstandig met geld omgaan. Maak er vrienden mee, door het te gebruiken zoals Ik wil. Als u het eens moet achterlaten en in Gods eeuwige woning komt, zal Hij u liefdevol opnemen.
Wie betrouwbaar is in kleine dingen, is het ook in grote. Wie onbetrouwbaar is in kleine dingen, is het ook in grote. Als u niet eens eerlijk met geld omgaat, wie zal u dan de ware rijkdom toevertrouwen? En als u de spullen van een vreemde niet goed behandelt, hoe zullen we dan onze spullen aan u toevertrouwen?
U kunt niet twee heren dienen. Dat is onmogelijk. Want u zult de ene haten en de andere liefhebben. Of omgekeerd: De ene van harte dienen en van de ander niets willen weten. U kunt niet God dienen en tegelijk achter het geld aanzitten."

Luk. 16:14,15
FARIZEEERS BESPOTTEN GELIJKENIS. De Farizeeërs, die als gierig bekend stonden, lieten duidelijk merken dat zij dit bespottelijk vonden. Jezus zei tegen hen: "U doet zich heel vroom voor, maar God kijkt dwars door u heen. Waar de mensen hoog tegen opzien, daar gruwt God van.

Luk. 16:16-18
BETEKENIS VAN DE WET. Voordat Johannes de Doper kwam, moest u zich houden aan wat Mozes en de profeten hadden gezegd. Johannes kwam met het goede nieuws dat het Koninkrijk van God dichterbij was gekomen. En iedereen probeert uit alle macht er een plaatsje te krijgen. Betekent dit nu dat de wet van Mozes niet meer geldig is? Helemaal niet! Want nog eerder zullen de hemel en de aarde verdwijnen, dan dat één letter uit de wet zou vervallen. Wie van zijn vrouw scheidt en met een ander trouwt, pleegt overspel. En wie met een gescheiden vrouw trouwt, pleegt ook overspel.

Luk. 16:19-31
RIJKE MAN EN LAZARUS. Er was eens een rijke man die altijd de mooiste kleren droeg. Hij woonde in een groot, duur huis en leidde een luxe leven. Op een dag werd een bedelaar, Lazarus, bij de poort van zijn grote villa neergelegd. Zijn lichaam zat onder de zweren. Hij hoopte zijn honger te stillen met wat bij de rijke man van tafel afviel. Hij was er zelfs zo erg aan toe dat de honden zijn zweren kwamen likken.
Tenslotte stierf de bedelaar. Hij werd door de engelen bij Abraham gebracht. De rijke man stierf ook. Hij werd begraven en ging naar het dodenrijk, waar men van God gescheiden is. Terwijl hij daar grote pijn leed, zag hij in de verte Lazarus, die bij Abraham was. 'Vader Abraham!' kermde hij. 'Heb toch medelijden met mij! Stuur Lazarus hier naar toe. Laat hij zijn vinger nat maken en daarmee mijn tong verkoelen. Want het is verschrikkelijk hier in deze vlammen.'
Maar Abraham zei tegen hem: 'U bent zeker vergeten dat u tijdens uw leven alles had wat uw hart begeerde en Lazarus had niets dan ellende. Nu is het andersom: Hij wordt hier getroost en u vergaat van de pijn. Bovendien is tussen u en ons een enorme kloof. Wie van hier naar u toe wil, komt er niet overheen.'
Daarop zei de rijke man: 'Vader Abraham, ik smeek u Lazarus dan naar het huis van mijn vader te sturen, want ik heb vijf broers. Laat hij hen ernstig waarschuwen voor de pijn en ellende hier. Want ik zou het verschrikkelijk vinden als zij ook hier moesten komen.'
Abraham antwoordde: 'In de boeken van Mozes en de profeten staan waarschuwingen genoeg. Uw broers kunnen die zo vaak lezen als zij willen.'
Maar de rijke man bleef aanhouden. 'Nee, vader Abraham. Die lezen ze toch niet. Maar als iemand uit de dood terugkomt en hen waarschuwt, zullen ze hun leven zeker beteren.'
'Dat is niet waar', zei Abraham. 'Als zij niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen zij ook niet luisteren naar iemand die terugkomt uit de dood."

Luk. 17:20-37
KOMST VAN HET KONINKRIJK. De Farizeeërs vroegen Jezus: "Wanneer komt het Koninkrijk van God?"
Jezus antwoordde: "Het koninkrijk komt niet zo dat u het kunt zien. U zult niet kunnen zeggen: 'Kijk, hier is het', of 'daar is het'. Want het Koninkrijk van God is waar Ik ben."
Hij zei tegen Zijn discipelen: "De tijd zal komen dat jullie ernaar verlangen Mij te zien, al was het maar een dag. En toch zullen jullie Mij niet zien. Jullie zullen wel geruchten horen dat Ik hier of daar ben. Maar ga niet kijken. Loop niemand achterna. Want als Ik terugkom, zal er geen enkele twijfel over bestaan. Het zal zo duidelijk zijn als de bliksem die door de lucht schiet. Maar eerst moet Ik vreselijk lijden. Ik zal door de mensen van deze tijd worden verworpen.
Tegen de tijd dat Ik terugkom, zal men net zo onverschillig tegenover God staan als de mensen in de tijd van Noach. Die aten en dronken en trouwden. Alles ging z'n gewone gang tot op de dag dat Noach in de ark stapte en de grote overstroming de aarde teisterde. Iedereen kwam daarbij om het leven, behalve de mensen die in de ark waren.
Het zal ook net zo zijn als in de dagen van Lot. Iedereen had het druk met zijn dagelijkse bezigheden. Eten en drinken, kopen en verkopen, planten en bouwen. Tot op de morgen dat Lot uit Sodom vertrok. Toen regende het vuur en zwavel en alle mensen in de stad kwamen om.
Zo zal alles zijn gewone gang gaan tot de dag dat Ik terugkom en door iedereen gezien word. Wie dan op het platte dak van zijn huis zit, moet niet naar binnen gaan om zijn spullen mee te nemen. Wie op het veld is, moet niet naar huis teruggaan. Denk eens aan wat met de vrouw van Lot gebeurde! Wie zijn leven niet wil loslaten, zal het verliezen. Wie zijn leven loslaat, zal het mogen behouden. Die nacht zullen twee mensen in één bed slapen. De een zal worden meegenomen om bij Mij te zijn. De ander zal achterblijven. Twee vrouwen zullen samen in huis aan het werk zijn. De een zal worden meegenomen om bij Mij te zijn. De ander moet achterblijven. Twee mannen zullen op het land werken. De een zal worden meegenomen om bij Mij te zijn. De ander moet achterblijven."
"Waar zal dit allemaal gebeuren?" vroegen de discipelen.
Jezus antwoordde: "Waar het lijk ligt, daar komen de gieren."

Luk. 18:1-8
VOLHARDENDE WEDUWE. Jezus vertelde Zijn discipelen een gelijkenis om duidelijk te maken dat men altijd moet blijven bidden, net zolang tot het antwoord komt. "In een stad was een rechter", begon Hij, "een goddeloze man die zich van niemand iets aantrok. Een weduwe uit die stad kwam telkens bij hem. Zij eiste dat hij uitspraak zou doen in een conflict tussen haar en iemand die haar had benadeeld.
In het begin weigerde hij botweg. Maar tenslotte begon ze op zijn zenuwen te werken. 'Voor God ben ik niet bang', dacht hij bij zichzelf. 'En ik trek me van niemand iets aan. Maar ik heb schoon genoeg van die vrouw! Ik zal zorgen dat ze haar recht krijgt. Straks doet ze mij nog wat!'
Als die onrechtvaardige rechter zoiets kan zeggen, zal God zeker recht doen aan Zijn kinderen die Hem er dag en nacht om smeken! Zal Hij hen laten wachten? Nee! Hij zal hen vlug antwoorden. Maar het is de vraag of Ik bij de mensen geloof zal vinden als Ik terugkom."

Luk. 18:9-14
FARIZEEER EN BELASTINGINNER. Daarna vertelde Hij een gelijkenis speciaal bedoeld voor degenen, die opschepten over hun eigen goedheid en die op al de anderen neerkeken. "Twee mannen gingen naar de tempel om te bidden. De ene was een Farizeeër die erg met zichzelf was ingenomen. De andere was een tolontvanger. De Farizeeër stond rechtop en zei dit gebed: 'Dank u, God, dat ik niet zo ben als alle zondaars. En zeker niet zoals die tolontvanger daar! Ik bedrieg niemand. Ik pleeg geen overspel. Ik vast twee maal per week. En ik geef U tien procent van alles wat ik verdien.'
Maar de tolontvanger stond helemaal achterin de tempel. Hij durfde niet eens omhoog te kijken, terwijl hij aan het bidden was. Hij sloeg zich van berouw en verdriet op de borst en zei: 'God, ik ben een zondaar. Wilt U mij in genade aannemen?'
Onthoud dit goed: Die tolontvanger had vergeving van God ontvangen, toen hij naar huis ging. Maar die Farizeeër niet! Want wie erop uit is meer eer te krijgen dan hem toekomt, zal worden vernederd. Maar wie nederig is, zal eer ontvangen."

Mat. 20:1-16
ARBEIDERS IN WIJNGAARD. "U kunt zich het Koninkrijk van de hemelen zo voorstellen: De eigenaar van een landgoed ging er 's morgens vroeg op uit om arbeiders te huren voor het werk in zijn wijngaard. Hij kwam met de arbeiders overeen dat hij ze een volledig dagloon zou betalen en zette hen aan het werk.
Een paar uur later ging hij er weer op uit. Op de markt zag hij werkeloze mannen staan. Hij zei dat zij ook in de wijngaard konden gaan werken en dat hij ze zou betalen wat redelijk was. En ze gingen.
Om twaalf uur en om drie uur deed hij hetzelfde. Om een uur of vijf ging hij nog eens naar de stad. Weer zag hij een stel mannen die niets te doen hadden. 'Waarom hangen jullie hier de hele dag rond?' vroeg hij.
'Omdat niemand ons heeft gevraagd te komen werken', antwoordden zij.
'Ga maar naar mijn wijngaard om de anderen te helpen', reageerde hij daarop.
's Avonds zei hij tegen zijn bedrijfsleider: 'Roep alle arbeiders bijeen en betaal hun loon uit. Begin bij de mannen die het laatst zijn gekomen en eindig bij hen die hier het eerst waren.'
De mannen die om vijf uur waren aangenomen, kregen allemaal een volledig dagloon. De mannen die eerder waren komen werken, verwachtten daardoor dat zij veel meer zouden krijgen. Maar toen zij aan de beurt waren, kregen ze precies evenveel als de anderen. Zij mopperden: 'Die kerels hebben maar één uur gewerkt! En u geeft hun hetzelfde loon als ons die de hele dag in de brandende zon hebben gezwoegd.'
Hij antwoordde: 'Vriend, ik heb u toch niets tekort gedaan! Hadden we niet afgesproken dat u voor een dagloon bij mij zou komen werken? Nu, neem uw geld en ga naar huis. Ik wil u allemaal hetzelfde betalen. Mag ik mijn geld niet weggeven als ik dat wil? Of neemt u mij kwalijk dat ik goed ben?'
Nu begrijpt u zeker wel dat de laatsten de eersten zullen zijn en de eersten de laatsten."

Download (Het Boek)
Download (Statenvertaling)

De chronologische Bijbel -- november



Met dank aan Biblica en Harvest House Publishers. Nadruk en reproductie verboden.
Voor meer details, lees alsjeblieft onze copyrightvoorwaarden



WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen