Clicky



 

Dani�l 11


De toekomst
1 Vanaf het moment dat koning Darius uit Medi� koning werd, heb Ik Mij ingespannen om hem te helpen.
2 Nu zal Ik je de waarheid vertellen over wat er in de toekomst gaat gebeuren. Let op: er zullen nog drie koningen over Perzi� komen. (Dat waren koning Kambysis, koning Gaumata en koning Darius I van Perzi�.) En de vierde koning (Dat was Ahasveros van Perzi�, de koning uit het bijbelboek ESTER.) zal nog rijker zijn dan alle anderen. En als hij door zijn rijkdom machtig is geworden, zal hij een enorm leger verzamelen tegen het koninkrijk van Griekenland.
3 Daarna zal er een machtige koning komen, die met grote macht zal heersen en die zal doen wat hij wil. (Dat was Alexander de Grote van Griekenland. Hij overwon koning Ahasveros en Griekenland kwam aan de macht.)
4 Maar als hij nog maar pas aan de macht is, zal zijn koninkrijk in stukken worden gebroken. Het zal in vier delen verdeeld worden, maar niet aan zijn zonen. (Alexander de Grote stierf jong (hij werd 33 jaar). Zijn zonen werden vermoord en zijn koninkrijk werd verdeeld over zijn vier legeraanvoerders. Zo ontstonden vier rijken: Egypte (het 'Zuiden') met Ptoleme�s I als heerser, Babel plus Syri� (het 'Noorden') met Seleuces I als heerser, Klein-Azi� met Lysimachus als heerser en Macedoni� plus Griekenland met Kassander als heerser. Vanaf dat moment noemden de aanvoerders zich koning.) Ook zullen ze niet zo machtig zijn als zijn koninkrijk vroeger was. Want zijn koninkrijk zal uit elkaar gescheurd worden en aan mannen gegeven worden die niet zullen zijn zoals hij.
5 Dan zal de koning van het Zuiden (Ptoleme�s I, de legeraanvoerder van Alexander de Grote die koning van Egypte werd.) machtig worden. Maar ��n van de vier koningen zal nog machtiger worden dan hij. Hij zal een machtig heerser worden. (Seleuces I maakte door een aantal oorlogen zijn rijk steeds groter. In het oosten kwam het zelfs tot aan India.)
6 Na een aantal jaren zal de koning van het Zuiden (Dat was koning Ptoleme�s II van Egypte.) een verbond sluiten met de koning van het Noorden (Dat was koning Antiochus II van Syri�.): hij laat zijn dochter met de koning van het Noorden trouwen. Maar zij zal haar macht verliezen. (Deze dochter is Berenice. Haar man Antiochus II scheidde van haar en ging terug naar zijn eerste vrouw. Maar zijn eerste vrouw vergiftigde hem toen en vermoordde ook Berenice, haar kinderen en haar hofhouding.) Ook haar vader zal zijn macht kwijtraken. Hij zal zelfs zijn leven verliezen. En zij zal worden vermoord, met alle mensen die met haar meegingen naar het noorden. Ook hij die namens haar vader toezicht op haar hield en die haar hielp, zal worden vermoord.
7 Maar uit haar familie zal iemand anders (Berenices broer, Ptoleme�s III.) koning worden. Hij zal snel machtig worden. Hij zal met zijn leger optrekken tegen de koning van het Noorden. (Om wraak te nemen voor de echtscheiding en voor de moord op zijn zus Berenice. Daar regeerde nu Seleucis II, zoon van de vrouw die haar vermoord had.) Hij zal zijn burcht veroveren en binnentrekken.
8 Hij zal hun gouden godenbeelden en alle kostbare voorwerpen van goud en zilver als buit meenemen naar Egypte. Ook zal hij de godenbeelden terugbrengen die eerder door de koning van het Noorden als buit uit Egypte waren meegenomen naar het Noorden. Daarna zal hij een aantal jaren de macht hebben over de koning van het Noorden en niet tegen hem strijden. (Hij liet de door hem verslagen Seleucis II koning blijven.)
9 Daarna zal de koning van het Noorden de koning van het Zuiden aanvallen. Maar hij zal naar zijn land terug moeten trekken.
10 Daarna zullen de zonen (Eerst Seleucis II, en na drie jaar Antiochus III. In Egypte was intussen Ptoleme�s IV koning geworden.) van de koning van het Noorden een enorm leger verzamelen voor de strijd. Dat leger zal snel oprukken tegen de koning van het Zuiden. Het zal als een vloedgolf over het land spoelen. Bij een tweede aanval bereikt het de burcht.
11 Dan zal de koning van het Zuiden woedend een tegenaanval doen op de koning van het Noorden. De koning van het Noorden zal een enorm groot leger verzamelen. Maar dat leger zal worden verslagen door de koning van het Zuiden.
12 De koning van het Zuiden zal er erg trots op zijn dat hij dat leger heeft kunnen vernietigen. Hij zal tienduizenden mensen afslachten. (In zijn eigen land doodde hij tienduizenden Joden (= Judee�rs) die weigerden zijn goden te aanbidden.) Maar hij zal zijn macht verliezen.
13 Want opnieuw zal de koning van het Noorden een groot leger verzamelen, nog groter dan het vorige. Na een paar jaar zal hij daarmee snel optrekken tegen de koning van het Zuiden. Het zal een geweldig groot en goed bewapend leger zijn.
14 In die tijd zullen er veel koningen in opstand komen tegen de koning van het Zuiden. (Dat was Ptoleme�s IV, die pas vier jaar was toen hij koning werd.) Ook zullen gewelddadige mensen uit jouw eigen volk in opstand komen, om profetie�n die over het land gedaan zijn (De profeten hadden voorzegd dat ooit Isra�l als land hersteld zal worden.) zelf tot werkelijkheid te maken. Maar ze zullen daar niet in slagen: ze zullen ten val komen. (De Joden sloten een verbond met Antiochus III van Syri� om Egypte te verslaan. Zo bevrijdden ze zich uit de macht van Egypte. Maar daarna werden ze veroverd door Syri�: zie verderop in vers 16; Er werden heel veel Joden gedood.)
15 Dan zal de koning van het Noorden komen en een ommuurde stad (Dat was de stad Sidon, waar de Egyptische legeraanvoerder zich verschanst had met zijn leger. De stad was van groot belang voor Egypte, omdat het de 'toegangspoort' tot het land was. Maar de stad werd door Antiochus III veroverd.) omsingelen en veroveren. De legers van het Zuiden zullen hem niet kunnen tegenhouden. Geen van hun troepen zal sterk genoeg zijn om hem te verslaan.
16 Hij die hem aanvalt zal doen wat hij wil en niemand zal hem kunnen tegenhouden. Hij zal ook het Sieraad (Gods Sieraad, Gods kostbaarste land: het land Isra�l. Antiochus wilde het als legerbasis gaan gebruiken.) binnentrekken. Hij zal daar dood en vernietiging brengen. (Hij werd eerst als bevrijder binnengehaald, omdat hij hen verloste van de Egyptenaren. Maar hij wilde het land 'vergrieksen,' met Griekse goden. De Joden verzetten zich daartegen. Daarom gebruikte Antiochus grof geweld en vergoot hij veel bloed.)
17 Daarna zal de koning van het Noorden proberen om de koning van het Zuiden aan zijn kant te krijgen. Hij zal daarvoor al zijn macht gebruiken. Hij zal een verbond met hem sluiten door zijn dochter te laten trouwen met de koning van het Zuiden. (Koning Antiochus III van Syri� sloot een verbond met Egypte door zijn dochter met koning Ptoleme�s V van Egypte te laten trouwen.) Door haar probeert hij de macht in handen te krijgen. Maar dat plan zal niet slagen. Zij zal niet trouw aan haar vader blijven. (De dochter koos de kant van haar man, t�gen haar vader.)
18 Dan zal de koning van het Noorden de strijd aanbinden met de landen langs de kust. (Hiermee worden de kust van Klein-Azi� en de eilanden van Griekenland bedoeld.) Hij zal er een heel aantal van veroveren. Maar een aanvoerder zal uiteindelijk een einde maken aan zijn brutale veroveringen. (Griekenland, dat door de Romeinen was veroverd, riep de hulp in van Rome. Antiochus III werd volledig verslagen door het Romeinse leger.) Maar die aanvoerder zal zich niet kunnen wreken voor het brutale gedrag van de koning van het Noorden.
19 Daarna zal de koning van het Noorden teruggaan naar de burchten van zijn eigen land. Maar hij zal worden gedood en niemand zal nog van hem horen. (Onderweg naar huis werd hij vermoord.)
20 Hij zal worden opgevolgd door een koning die aldoor een belastingophaler (Koning Seleucis IV, de zoon van Antiochus III, stuurde een belastingophaler naar Jeruzalem. Hij moest daar het zilver en goud van de tempel ophalen. De koning wilde daarmee de bijzonder hoge belastingen betalen die de Romeinen zijn vader opgelegd hadden toen zij hem verslagen hadden.) zal rondsturen om zoveel mogelijk geld voor hem op te halen. Maar de koning zal na korte tijd worden gedood. Maar niet in een gevecht, en ook niet in de oorlog. (Hij werd vermoord bij een aanslag.)
21 Na hem zal er een slecht mens aan de macht komen, maar hij zal geen koning zijn. (Antiochus IV, de broer van Seleucis IV. Officieel was hij geen koning, maar hij regeerde in plaats van de koning, samen met nog iemand. Hij wist vrede te sluiten met Rome. Daarna veroverde hij Egypte met een enorm leger. Op weg naar Egypte sloeg hij zijn kamp op in Jeruzalem. Daar vermoordde hij de hogepriester die in die tijd Isra�l leidde.) Hij zal zijn kans afwachten en dan met bedrog en sluwheid aan de macht weten te komen.
22 Grote legers die het hele land als een rivier overspoelen, zal hij weten te vernietigen. Ook de heerser van het verbond (Met de 'heerser van het verbond' zou de hogepriester van die tijd bedoeld kunnen zijn, maar dat is niet zeker.) zal hij vernietigen.
23 Iedereen met wie hij een verbond sluit, zal door hem worden bedrogen. Zo zal hij steeds machtiger worden, ook al heeft hij maar weinig aanhangers. (In het begin had Antiochus IV maar weinig macht. Ook zijn leger was in het begin maar klein. Hij wist het echter goed te gebruiken. Maar door sluwe listen, bedrog en moord wist hij zijn macht te vergroten. Hij hield bijvoorbeeld Egypte in zijn macht door er twee van zijn neven te plaatsen.)
24 Hij zal zijn kans afwachten en dan de rijkste streken van zijn gebied plunderen. En hij zal iets doen wat geen ��n van zijn voorvaders ooit heeft gedaan: hij zal de rijke buit verdelen onder zijn aanhangers. (Hij plunderde onder andere Galilea. De buit gebruikte hij om mensen te belonen of om te kopen en om dure feesten voor hen te organiseren.) Ook zal hij plannen smeden om de ommuurde steden te veroveren. Maar dat zal hij maar een beperkte tijd kunnen doen.
25 Dan zal hij met al zijn kracht en inspanning de koning van het Zuiden aanvallen met een groot leger. En de koning van het Zuiden zal een enorm groot leger verzamelen om tegen hem te strijden. Maar hij zal niet winnen: hij verliest door samenzweringen tegen hem.
26 Want zijn eigen vrienden zullen hem verraden en zijn leger zal volledig worden vernietigd. (Van de buit van zijn plundertochten schafte Antiochus IV ook een groot leger aan. Daarmee trok hij opnieuw naar Egypte. Hij kocht mensen aan het Egyptische hof om. Zij smeedden een samenzwering tegen de Egyptische koning. Daardoor kon Antiochus de strijd winnen. Maar de belangrijkste stad, de havenstad Alexandri�, kreeg hij nog niet in handen. Zijn macht in Egypte was daardoor vrij wankel.) Er zullen veel doden vallen.
27 En die twee koningen zullen allebei proberen de ander te bedriegen. Ze zullen allebei doen alsof ze een verbond willen sluiten. Ze zullen aan ��n tafel zitten en met elkaar overleggen, maar intussen proberen ze elkaar te bedriegen. Maar hun plannen zullen mislukken. Want de tijd die God heeft bepaald, is nog niet gekomen.
28 De koning van het Noorden zal met een grote buit naar zijn land teruggaan. Hij zal een vijand zijn van het land dat een verbond met God heeft. Daarom zal hij vreselijke dingen doen. (Onderweg naar huis trok Antiochus IV weer door Isra�l. Hij plunderde de tempel en doodde grote aantallen Joden, omdat zij zich verzetten tegen de door Antiochus bevolen 'vergrieksing' met Griekse goden.) Daarna zal hij teruggaan naar zijn land.
29 Op een bepaald moment zal hij opnieuw het Zuiden aanvallen. Maar deze keer zal het niet zo gaan als de vorige keer.
30 Want de Kittieten zullen met hun schepen tegen hem oprukken en zijn aanval afslaan. (De tweede keer dat Antiochus Egypte aanviel, zocht Egypte hulp bij Rome. Een grote Romeinse vloot uit Cyprus (de 'Kittieten') kwam Ptoleme�s te hulp. Antiochus moest zich terugtrekken.) Daardoor zal hij de moed verliezen en teruggaan naar zijn land. Maar op de terugweg daarheen zal hij eerst zijn woede koelen op het land dat een verbond met God heeft. (Bij Antiochus' terugkeer naar Syri� viel hij Jeruzalem aan. Hij doodde heel veel Joden, uit woede over zijn nederlaag. Hij bedierf de tempel van God door een varken te offeren op het altaar. Een varken is voor de Joden een onrein dier. Verder verbood hij de offers van de Joden. Ook zette hij een beeld van de Griekse god Zeus in de tempel neer. Hij gebruikte Joodse overlopers voor de vervolging van de Joden. Het was een vreselijke tijd.) Hij zal zelfs een verbond sluiten met Joden die hun verbond met God verbreken.
31 Hij zal een leger naar Jeruzalem sturen. Dat zal het heiligdom en de burchten verwoesten. Hij zal ervoor zorgen dat de dagelijkse offers niet meer worden gebracht. Ze zullen een afgodsbeeld neerzetten dat vernietiging brengt. (Vanaf hoofdstuk 11 vers 32 passen de gebeurtenissen niet langer op dat wat er al in de oude geschiedenis is gebeurd. Het gaat daar dus over dingen die veel later gaan gebeuren. En een deel daarvan pas aan het eind van de tijd. Vers 31 is als het ware het 'keerpunt.' Wat daar beschreven wordt, is ver v��r Jezus' tijd gedaan door koning Antiochus IV, maar gaat ��k over iets wat nog in de toekomst gaat gebeuren. Dat blijkt uit Matte�s 24:15. Daar zegt Jezus van dit vers dat het gaat over iets in de toekomst.)
32 En de mensen die zich niet aan hun verbond met God houden, zullen doen alsof dat niet zo is. Daardoor bederven ze het verbond. Maar de mensen die hun God werkelijk kennen, zullen sterk zijn. Zij zullen standhouden.
33 Wijze mensen van het volk zullen veel andere mensen leren hoe ze moeten leven zoals God het wil. In die tijd zullen ze vervolgd worden. Ze worden gedood, verbrand, gevangen genomen, beroofd.
34 In die tijd zullen ze weinig hulp krijgen. (In de eerste eeuw werd Jeruzalem verwoest door de Romeinen. Maar ook daarna zijn de Joden regelmatig vervolgd. Denk bijvoorbeeld aan wat er in de Tweede Wereldoorlog gebeurd is. Deze dingen gaan door tot aan het eind van de tijd.) Veel van hen zullen doen alsof ze niet langer bij het verbond horen.
35 En ook sommige van de wijze mensen zullen zich laten verleiden om ontrouw te worden. Zo zal blijken wie echt geloof heeft en wie niet. Dat zal duren tot aan het eind van de door God vastgestelde tijd.
36 En de koning (Hier wordt niet gesproken over 'de koning van het Noorden' of 'de koning van het Zuiden.' Maar gewoon over 'de koning.' Het gaat hier dus over iemand anders, waarvan nog niet duidelijk is wie het is. Een koning in de toekomst.) zal kunnen doen wat hij wil. Daardoor zal hij trots worden en zich verbeelden dat hij machtiger is dan God. Zelfs tegen de Allerhoogste God zal hij beledigende dingen durven zeggen. En het zal goed met hem gaan, totdat zijn tijd om is en God hem straft. Want het staat vast dat dit zal gebeuren.
37 Hij zal zich niet bezighouden met de goden van zijn voorouders. Hij zal zich niets aantrekken van de god die zijn vrouwen aanbidden. Hij zal zich ook van God niets aantrekken. Want hij zal doen alsof hij hoger is dan alle goden.
38 Hij zal een god aanbidden die zijn voorouders nooit hebben gediend: de god van de burchten. Die zal hij aanbidden met goud, zilver, edelstenen en kostbare voorwerpen.
39 Met de hulp van deze god zal hij de grote steden aanvallen en veroveren. Iedereen die dezelfde god aanbidt, zal hij belonen. Hij zal hen tot heersers over veel grote steden maken. Hij zal hun een groot gebied geven tegen een hoge prijs.
40 Maar aan het eind van de tijd zal de koning van het Zuiden hem aanvallen. En de koning van het Noorden zal een snelle aanval op hem doen met strijdwagens en ruiters en heel veel schepen. Hij zal landen binnenvallen en zijn legers zullen als een vloedgolf over de landen spoelen.
41 Ook het Sieraad zal hij binnenvallen. Veel mensen zullen worden gedood. Maar Edom, Moab en een deel van de Ammonieten zullen van hem weinig schade oplopen.
42 Hij zal landen veroveren. Ook Egypte.
43 Hij zal alle verborgen schatten veroveren: goud, zilver en kostbare voorwerpen. Ook alle schatten van Egypte. Hij zal dat doen met de hulp van Libi� en Ethiopi�, die zich bij hem zullen aansluiten.
44 Maar berichten uit het oosten en het noorden zullen hem ongerust maken. (Lees ook Openbaring 16:12.) Woedend zal hij tekeer gaan en dood en vernietiging brengen.
45 Hij zal zijn koninklijke tenten opzetten tussen de zee�n, op de berg van het heilig Sieraad. Maar daar zal hij worden gedood en niemand zal hem redden. (lees verder)


Vorige hoofdstuk Volgende hoofdstuk

WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen





copyright 2013 | Stichting BasisBijbel
De bijbel in makkelijk Nederlands