20 mei 

https://www.allaboutgod.com/dutch/zelfbeheersing.htm

20 mei


Beheersing van gedrag

Zelfbeheersing

Spr. 25:28
Een man, die zichzelf niet in de hand heeft,
is als een stad zonder beschermende muur.

29:11
Een dwaas schreeuwt van woede;
een verstandig mens beheerst zich en komt tot rust.

Haastige spoed

Spr. 20:25
Mensen maken gemakkelijk de fout God iets te beloven,
om daarna pas te beseffen wat zij hebben gezegd.

21:5
Een vlijtig mens krijgt alles wat hij nodig heeft, ja, zelfs nog meer dan dat;
maar armoede wacht hem, die heel snel heel veel wil hebben.

25:8
Stort u niet overhaast in geschillen,
want mogelijk begaat u dan domheden,
wanneer uw naaste u op de vingers tikt.

29:20
Kent u iemand, die onbezonnen spreekt?
Zo'n man is nog dommer dan een dwaas.

Humeur en geduld

Spr. 12:16
De dwaas toont zijn woede zonder na te denken,
terwijl een bedachtzaam mens zich vooralsnog beheerst.

14:16,17
De wijze koestert ontzag en laat het kwaad links liggen,
de zot is zorgeloos en kent geen angst.

Een heethoofd doet snel domme dingen
en een man die gemene dingen doet, wordt gehaat.

14:29
Een gelijkmatig mens geeft blijk van veel verstand,
maar een heethoofd zet zichzelf voor schut.

15:18
Een lichtgeraakt mens veroorzaakt ruzie,
een geduldig mens zorgt voor verzoening.

16:32
Een geduldig mens is beter dan een sterk mens,
en wie zichzelf goed in bedwang heeft, is sterker dan de man die steden inneemt.

19:11
Een verstandig mens wordt niet snel kwaad;
het siert hem dat hij over onrecht heen kan stappen.

19:19
Iemand die onbeheerst is, zal zelf zijn straf moeten dragen.
Probeert u hem te helpen, dan wordt het alleen maar erger.

22:24,25
Vermijd het gezelschap van een driftkop
en ga niet om met een heethoofd;
anders loopt u het risico net zo te worden,
wat u naar de ondergang voert.

29:8
Spotters zijn een schandvlek en een gevaar voor een stad;
wijze mensen weten Gods toorn echter af te wenden.

29:22
Iemand die snel kwaad wordt, lokt ruzie uit
en een opvliegend mens zondigt maar al te gemakkelijk.

Dronkenschap en vraatzucht

Spr. 20:1
Wijn maakt een mens overmoedig en sterke drank zorgt voor veel opwinding;
het is niet verstandig teveel te drinken.

23:19-21
Luister goed, mijn jongen! Wees verstandig
en richt je volledig op Gods wil voor je leven.
Houd je afzijdig van drinkebroers en veelvraten;
want dat soort mensen staat armoede te wachten;
hun roes brengt hen tot de bedelstaf.

23:29-35
Wie klagen steen en been?
Wie maken doorlopend ruzie en raken zonder reden verwond?
Wie bekijken de wereld door roodomrande ogen?
Dat zijn de mensen, die zich tot in de kleine uurtjes
te buiten gaan aan wijn en sterke drank.
Verlang niet naar de wijn, die rood fonkelt
en heerlijk geurt in de beker;
die drinkt wel heel gemakkelijk,
maar bijt uiteindelijk als een slang
en spuwt gif als een adder.
Dan ga je kijken naar dingen, die niet van jou zijn,
en je mond zal vuile taal spuien.
Je voelt je dan alsof je op een schip bent
en alles draait om je heen.
Je zult zeggen: "Ze hebben me geslagen en op me losgebeukt
zonder dat ik iets merkte.
Wanneer word ik weer wakker?
Ik ben hard toe aan een slokje wijn."

Overspel

Spr. 5:1-6
Mijn woorden getuigen van wijsheid, mijn zoon,
dus luister goed naar mijn verstandige lessen.
Dan leer je bedachtzaam te leven
en kun je mijn wijsheid met anderen delen.
Want de vrouw, die niet de jouwe is,
fluistert lieve woordjes met haar gladde tong.
Maar trap je erin, dan leer je dat schijn bedriegt,
want wat tenslotte overblijft, zijn bitterheid en scherpe woordenwisselingen.
Zij volgt een weg die naar de dood leidt,
haar voeten brengen haar rechtstreeks naar de hel.
Haar woorden en daden draaien je een rad voor de ogen,
zodat je haast ongemerkt de levensweg verlaat.

5:7-14
Maar, kinderen, luister naar mij
en houd je aan wat ik zeg.
Blijf bij haar vandaan
en ga niet naar haar huis.
Laat je eer en aanzien niet bij haar achter,
stel je beste jaren niet in de waagschaal
en lever jezelf niet uit aan meedogenloze mensen.
Geef vreemden niet de kans om op jouw zak te teren
en je zuurverdiende geld erdoor te jagen.
Zodat je het tenslotte (lichamelijk en geestelijk aan het eind)
niet uitschreeuwt:
"Waarom haatte ik die wijze lessen?
Waarom luisterde ik niet naar vermaning
en vergat wat mijn leermeesters mij leerden?
Ik had mij bijna diep schuldig gemaakt
voor ieders ogen."

5:15-20
Drink water uit je eigen voorraadvat,
helder vocht uit je eigen bron.
Laten je fonteinen niet naar buiten spuiten,
noch je waterstromen de straten overspoelen.
Laat ze alleen van jou zijn
en deel ze niet met een vreemde.
Je waterbron zal gezegend zijn
en wees blij en tevreden met je jonge vrouw.
Zij is lieflijk en charmant.
Laten haar borsten je steeds weer het hoofd op hol brengen
en laat je overspoelen door haar liefde.
Mijn zoon, waarom zou je het bij een vreemde zoeken
en liefde bedrijven met een onbekende?

5:21-23
Want de HERE ontgaat niets
en Hij beoordeelt ieder naar Zijn maatstaven.
De goddeloze zal in zijn eigen kwaad verstrikt raken;
zijn zonden zullen hem als boeien omknellen.
Hij zal sterven, omdat hij waarschuwing en wijsheid afwees,
en ronddwalen in de doolhof van zijn dwaasheden.

6:20-29
Mijn zoon, houd je vast aan de geboden die je vader je gaf,
aan de wet waarnaar je moeder leefde.
Berg ze diep in je hart en leef ernaar,
zodat ze je zullen sieren.
Zij zijn een gids op je levensweg,
een beschermer wanneer je slaapt
en een raadgever, wanneer je wakker wordt.
Want het gebod is een lamp en de wet een licht;
en om de weg naar het leven te vinden,
zijn wijze waarschuwingen nodig.
Zij beschermen je tegen de slechte vrouw
en de gladde tong van een vreemdelinge.
Laat haar schoonheid niet doordringen tot je hart
en pas op dat ze je niet vangt met haar verleidelijke ogen.
Want de omgang met een hoer heeft tot gevolg dat je droog brood eet
en bij zo'n overspelige vrouw is zelfs je ziel in het geding.
Zou iemand die met vuur speelt, zich niet branden?
Iemand die op kolen loopt, geen blaren op zijn voeten krijgen?
Dat geldt ook voor degene
die zijn handen niet van andermans vrouw kan afhouden:
Die zal zijn straf zeker niet ontlopen.

6:30-35
Dan komt iemand die steelt omdat hij honger heeft, er beter vanaf;
is hij eenmaal opgespoord,
dan moet hij misschien zelfs met alles wat hij bezit,
dubbel en dwars terugbetalen.
Maar iemand die overspel pleegt, heeft zijn verstand verloren,
want daaraan gaat ook de ziel kapot.
Schade en schande zijn zijn deel,
zijn wandaad wordt niet meer vergeten.
Jaloezie is een vuurgloed in een man
en overspel wordt niet vergeven, wel gewroken.
Van verzoening wil hij niet weten,
wat je hem ook aanbiedt.

7:1-5
Mijn zoon, denk aan wat ik heb gezegd
en houd mijn geboden voor ogen bij alles wat je doet.
Gehoorzaamheid aan mijn geboden zal je het leven geven,
dus moet mijn wet alles voor je betekenen.
Leg die wet nooit opzij,
maar berg haar diep in je hart.
Beschouw de wijsheid als je zuster
en het verstand als een goede vriend.
Dan kunnen zij je beschermen tegen die vrouw, die niet van jou is;
die vreemdelinge, die jou met lieve woordjes tracht te paaien.

7:6-9
Ik keek uit mijn raam, door mijn tralievenster,
en zag, terwijl ik mijn ogen langs de onverstandigen liet gaan,
een jongen die erg dom bezig was.
Hij liep over straat, naderde haar woning
en liep er naartoe.
Het schemerde,
het was bijna nacht.

7:10-13
Een vrouw kwam hem tegemoet,
gekleed zoals bij haar beroep paste,
doortrapt en op haar hoede.
Zij was ongezeglijk en losbandig
en verbleef maar zelden in haar eigen huis.
Soms liep ze door de stad,
soms hing ze op een straathoek rond.
Zij vloog hem om de hals, kuste hem
en zei met een stalen gezicht:

7:14-20
"Ik had beloofd dankoffers te brengen
en vandaag ben ik mijn belofte nagekomen.
Daarom was ik op zoek naar jou
en, gelukkig, ik heb je gevonden!
Ik heb de mooiste zachte tapijten op mijn bed gelegd,
een prachtig bewerkt bed heb ik, met het fijnste Egyptische linnen.
En daar overheen heb ik mirre, aloë en kaneel gesprenkeld.
Dus laten we elkaar beminnen, het hoofd op hol jagen, de hele nacht
en met plezier de liefde bedrijven.
Mijn man is niet thuis
en komt voorlopig ook niet terug.
Hij heeft flink wat geld meegenomen
en zei mij dat het nog wel even duurde voor hij weer thuiskwam."

7:21-23
Voor haar stortvloed van woorden ging hij door de knieën;
haar vleiend gepraat miste zijn uitwerking niet.
Hij liep haar achterna,
als een koe naar het slachthuis,
als een boef op weg naar het schavot,
tot de pijn hem door het lichaam vlijmt;
als een vogel, die snel op de strik afwipt,
zonder te beseffen dat dat hem het leven kost.

7:24-27
Wel, kinderen, luister naar mij!
Laat je hart niet afdwalen naar haar levenswijze,
zet geen voet op de weg die zij volgt.
Want zij heeft al heel wat gewonden neergeslagen
en de lijst van haar slachtoffers is lang.
Haar huis is een halte op de weg naar de dood.

22:14
Vleiende woorden van een onbekende vrouw zijn als een diepe gracht;
wie zich de woede van de HERE op de hals haalt, valt daarin.

Prostitutie

Spr. 23:26-28
Mijn zoon, stel je hart voor mij open
en let goed op hoe ik leef.
Want een hoer is een diepe, verraderlijke gracht
en een vrouw die niet van jou is,
is een smalle put waaruit geen ontsnapping mogelijk is.
Als een rover loert zij rond
en zij is de oorzaak dat velen God ontrouw worden.

29:3
Een vader is blij met een verstandige zoon,
maar een hoerenloper jaagt zijn geld erdoor.

Download (Het Boek)
Download (Statenvertaling)

De chronologische Bijbel -- mei



Met dank aan Biblica en Harvest House Publishers. Nadruk en reproductie verboden.
Voor meer details, lees alsjeblieft onze copyrightvoorwaarden



Copyright © 2002 - 2019 AllAboutGOD.com, Alle rechten voorbehouden.