17 mei 

https://www.allaboutgod.com/dutch/wijze-gezegden.htm

17 mei


Spreuken van Salomo en gezegden van de wijzen

De waarde van wijze gezegden

Spr. 22:17-21
Luister goed naar deze wijze uitspraken
en stel uw hart open voor mijn kennis en inzicht.
Want het is goed als u die in uw hart sluit,
dan zullen ze ook uw woorden beïnvloeden.
Ik geef deze wijsheden aan u door,
zodat u leert de HERE in alles te vertrouwen.
Heb ik u geen hoogstaande dingen geschreven,
vol wijze raad en diep inzicht?
Zo kunt u kennismaken met de zekerheid, die de waarheid biedt;
dan kunt u hen die u om raad vragen,
naar waarheid antwoorden.

Het doel van de spreuken

Spr. 1:1-7
Dit zijn de spreuken van Salomo, zoon van David en koning van Israël.

Hij schreef deze spreuken om de mensen te leren hoe zij moesten leven.
Hoe zij moesten handelen in allerlei omstandigheden
Want hij wilde dat zij verstandig zouden zijn
en eerlijk en oprecht in hun hele handel en wandel.
"Ik wil de eenvoudige wijsheid geven", zei hij.
"En ik wil de jonge mensen waarschuwen
voor problemen die zij in hun leven zullen ontmoeten."
Zo kan een wijze nog wijzer worden
en merkt een verstandig mens dat er nog veel te leren valt,
voordat hij deze spreuken goed begrijpt
en weet wat er achter de woorden van een wijze schuilt.

Maar de basis van alle kennis is het eerbiedig ontzag voor de HERE.
Alleen dwazen schatten Gods lessen en wijsheid niet op hun waarde.

Spr. 25:1
Dit zijn spreuken van Salomo. Zij werden opgetekend door de mannen van koning Hizkia van Juda.

Verhevenheid van God

Ontzag voor de Heer

Spr. 9:10-12
Eerbiedig ontzag voor de HERE is de basis van alle wijsheid
en het kennen van God geeft meer inzicht.
Want de wijsheid verlengt uw leven
en God zal er jaren aan toevoegen.
Als u wijs bent, plukt u daar zelf de vruchten van;
bent u een spotter, dan draagt u de gevolgen alleen.

10:27
Eerbiedig ontzag voor de HERE verlengt uw leven,
terwijl de goddelozen jong zullen sterven.

14:2
Iemand die oprecht leeft, geeft blijk van eerbiedig ontzag voor de HERE;
wie dat niet doet, veracht Hem.

14:26,27
Eerbiedig ontzag voor de HERE geeft een sterk vertrouwen
en Hij zal Zijn kinderen een veilig toevluchtsoord bieden.

Het eerbiedig ontzag voor de HERE is een bron van leven
en helpt dodelijke vallen te ontlopen.

15:33
Eerbiedig ontzag voor de HERE leidt tot wijsheid en nederigheid leidt tot eerbetoon.

19:23
Eerbiedig ontzag voor de HERE geeft leven;
want wie daarvan vol is, kan voldaan en rustig leven;
hij hoeft nergens bang voor te zijn.

28:14
Gelukkig is hij die ontzag heeft voor de HERE;
maar wie opstandig blijft, wordt in het verderf gestort.

Vertrouwen op God of op jezelf

Spr. 3:5-8
Vertrouw met heel je hart op de HERE
en verwacht het niet van je eigen verstand.
Laat God delen in alles wat je doet,
dan kan Hij je levensweg bepalen.

Ga niet op je eigen oordeel af,
maar koester ontzag voor de HERE en ga het verkeerde uit de weg.
Dat werkt als een medicijn voor je lichaam
en dringt diep in de botten door.

14:12, 16:25
Soms denkt iemand op de goede weg te zijn,
maar blijkt die naar de dood te voeren.

16:3
Leg uw werk in de handen van de HERE,
dan zullen uw plannen werkelijkheid worden.

16:20
Wie Gods woord ter harte neemt, zal het goede vinden;
gelukkig is hij, die op de HERE vertrouwt.

18:2
De dwaas heeft geen behoefte aan verstand,
zijn dwaze hart ligt open.

18:4
Een verstandig man zegt diepzinnige dingen;
de bron van wijsheid voedt een beek, die nooit droog valt.

18:10
De HERE is een sterke toren; Zijn naam is kracht.
De rechtvaardige zal bij Hem zijn toevlucht zoeken en veilig zijn.

19:3
De dwaasheid van een mens zal hem opbreken;
waarna hij de HERE de schuld daarvan geeft.

20:24
De HERE bepaalt het leven van de mens,
dus hoe zou de mens zijn levensweg kunnen begrijpen?

21:22
Een wijze weet een sterke stad te bedwingen
en overwint de sterke mannen, waarop de stad vertrouwde.

26:12
Hebt u een man gezien, die zichzelf als wijs beschouwt?
Welnu, van een dwaas mag u meer verwachten dan van hem.

28:26
Wie op eigen oordeel vertrouwt, is een dwaas;
maar wie op Gods wijsheid bouwt, ontkomt aan de straf.

29:25
Angst voor mensen is een valstrik,
maar wie op God vertrouwt, is onaantastbaar.

Goddelijke voorzienigheid

Spr. 15:3
Gods ogen zien alles;
al het kwade én al het goede.

16:1
Een mens kan van alles van plan zijn,
maar de HERE bepaalt de loop van de gebeurtenissen.

16:4
De HERE heeft alles met een doel gemaakt,
ook de goddeloze voor de dag van de straf.

16:9
Een mens bepaalt in zijn hart wat hij wil doen,
maar de HERE heeft het laatste woord.

16:33
Het lot wordt weliswaar ongezien geworpen,
maar de HERE bepaalt hoe het valt.

19:21
In het hart van een mens leven vele verborgen gedachten,
maar wat de HERE besluit gebeurt.

21:30,31
Geen menselijke wijsheid, verstand of overleg
is te vergelijken met de HERE.

Alles wordt klaargemaakt voor de strijd,
maar de HERE beslist wie overwint.

22:12
De ogen van de HERE waken over de ware wijsheid;
maar Hij keert Zich krachtig tegen de mensen die Hem ontrouw zijn.

27:1
Verheug u niet bij voorbaat over de dag van morgen,
want u weet niet wat een dag zal brengen.

Inzicht en onwetendheid

Wijsheid en dwaasheid

Spr. 13:14
De lessen van een wijze zijn een bron van leven
en helpen dodelijke vallen te ontlopen.

14:24
Het sieraad van de verstandigen is hun rijkdom;
dwaasheid blijft de dwaasheid van de zotten.

15:24
De levensweg leidt de verstandige naar boven;
hij blijft buiten bereik van het dodenrijk beneden.

16:22
Het verstand van goede leermeesters is een bron van leven,
maar de lessen van de dwazen leiden naar de dood.

17:12
Je kunt beter een berin tegenkomen, die haar jong kwijt is,
dan een dwaas, die zijn woede de vrije loop laat.

24:7
Een dwaas gaat alle wijsheid boven de pet,
daarom zwijgt hij in besprekingen.

24:13,14
Eet honing, mijn zoon!
Want die is goed en smaakt zoet.
Net zo zoet is de wijsheid voor jou
en als je je die wijsheid eigen maakt, wacht je een beloning;
je hoop op God is dan niet tevergeefs.

Omgang met dwazen

Spr. 26:4-11
Ga niet in op de woorden van een dwaas,
anders verlaagt u zich tot zijn niveau.

Weerleg de woorden van een dwaas,
anders denkt hij misschien dat hij nog gelijk heeft ook.

Wie zijn woorden laat overbrengen door een dwaas,
maakt het zichzelf moeilijk en berokkent zich schade.

Een spreuk in de mond van een dwaas
is net zo kreupel als de slappe benen van een verlamde.

Wie een steen in de slinger vastbindt, zodat hij niet kan worden geworpen,
doet hetzelfde als iemand die een dwaas aanzien geeft.

Een dronkaard kan netzomin omgaan met een doorn in zijn hand
als een dwaas met een spreuk.

Wie dwazen en dronkaards in dienst neemt,
zal daar anderen schade mee berokkenen.

Zoals een hond zijn braaksel weer opeet,
houdt de dwaas vast aan zijn onverstand.

27:22
Al stamp je een dwaas in een mortier met een vijzel,
midden tussen het gestampte graan,
toch raakt hij zijn dwaasheid niet kwijt.

29:9
Het is zinloos als een verstandig mens een dwaas voor de rechter sleept.
Of hij nu vriendelijk is of kwaad, de dwaas is toch niet tot rede te brengen.

Onderscheidingsvermogen en begrip

Spr. 10:13
Op de lippen van een verstandig mens ligt wijsheid;
de onverstandige verdient alleen maar straf.

10:23
Zoals een boosdoener genoegen heeft in misdaden,
verheugt een verstandig mens zich in wijsheid.

13:15
Een verstandig mens is goed gezelschap,
maar ieder vermijdt oneerlijke mensen.

14:6
De spotter zoekt vergeefs naar wijsheid,
maar de kennis wijst de verstandige de weg.

14:8
De wijsheid toont een verstandig mens welke weg hij volgen moet,
maar het onverstand van de zot brengt hem en anderen op een dwaalspoor.

14:15
Een onverstandig mens kan men alles wijsmaken,
maar een schrander mens denkt na bij wat hij doet.

14:33
Een verstandig mens bergt de wijsheid in zijn hart,
maar waar het hart van de zot vol van is, daar loopt de mond van over.

15:21
Een onverstandig mens beleeft plezier aan zijn eigen dwaasheid,
maar een verstandig mens zoekt de goede weg.

16:16
Het is beter wijsheid te krijgen dan puur goud,
beter uitnemend inzicht te hebben dan zilver.

17:24
Een verstandig mens is aan zijn gezicht te herkennen,
maar de ogen van een dwaas dwalen alle kanten op.

19:8
Wie verstandig wil worden, heeft het goede met zichzelf voor;
hij gebruikt zijn verstand om het goede te vinden.

20:5
Het hart van een verstandig man is een onuitputtelijk reservoir van wijsheid;
wie verstandig is, tracht van hem te leren.

20:12
De HERE heeft veel dingen gemaakt;
ogen om mee te zien en oren om mee te horen.

Kennis

Spr. 10:14
Een wijs mens verzamelt steeds meer inzicht,
maar de woorden van een dwaas kunnen voortdurend onheil aanrichten.

13:16
Wie verstandig is, handelt voorzichtig en oordeelkundig,
een zot spreidt louter dwaasheid ten toon.

14:18
Onverstandige mensen valt dwaasheid ten deel,
maar kennis zal de verstandigen sieren.

15:14
Een verstandig hart verlangt naar kennis,
maar de dwaas put uit een bron van dwaasheid.

18:15
Wie verstandig is, wil toenemen in kennis;
hij is gespitst op wijze woorden.

19:2
Als iemand graag iets wil ondernemen, maar het inzicht ervoor mist,
leidt het tot niets.
Wie niet uitkijkt waar hij loopt, zondigt maar al te snel.

20:15
Goud en robijnen zijn er in overvloed,
maar wijze en goede woorden zijn een schaars en kostbaar goed.

21:11
Als een spotter gestraft wordt, komt hij weer op het goede pad en wordt verstandig;
wordt een verstandig mens onderwezen, dan neemt hij dat ter harte.

23:12
Open uw hart voor wijze lessen
en spits uw oren als er verstandig wordt gesproken.

24:3,4
Een huisgezin wordt opgebouwd met wijsheid
en door verstand in stand gehouden;
inzicht en bedachtzaamheid vullen het
met liefde en kostbaarheden.

Download (Het Boek)
Download (Statenvertaling)

De chronologische Bijbel -- mei



Met dank aan Biblica en Harvest House Publishers. Nadruk en reproductie verboden.
Voor meer details, lees alsjeblieft onze copyrightvoorwaarden



Copyright © 2002 - 2019 AllAboutGOD.com, Alle rechten voorbehouden.