27 september 

https://www.allaboutgod.com/dutch/profetieen-van-zacharia.htm

27 september


Zacharia's visioenen

Precies twee maanden na Haggaï's laatste profetie wordt Zacharia een reeks van acht visioenen getoond, die vergelijkbaar zijn met de visioenen die Daniël zag. Zij hebben betrekking op de mensen en de gebeurtenissen van deze tijd, maar lijken vaak een dubbele betekenis te hebben, óf Messiaans óf apocalyptisch. Deze visioenen worden gevolgd door een symbolisch voorval, waarin Jozua de hogepriester een hoofdrol speelt. Als de visioenen al een gezamenlijk thema hebben, dan is het wel de zekerheid dat God Zijn beloften nakomt.
In het eerste visioen waarborgt God dat Israëls welvaart hersteld zal worden.

Zach. 1:7-17
ENGELEN EN RUITERS. In de daarop volgende maand, de maand Sebat, nog steeds in het tweede regeringsjaar van koning Darius, ontving de profeet Zacharia opnieuw een boodschap van de HERE. Deze keer kwam de boodschap 's nachts in de vorm van een visioen:
Ik zag een man op een rood paard. Hij stond tussen de mirtestruiken in een rivierdal en achter hem stonden andere paarden; rode, bruine en witte.
Een engel stond naast mij en ik vroeg hem: "Waarvoor zijn al die paarden daar, mijn heer?"
"Ik zal het u vertellen", zei hij.
De ruiter op het rode paard (het was de Engel van de HERE) gaf mij het antwoord: "De HERE heeft hen uitgestuurd om voor Hem de hele aarde te verkennen."
Toen brachten de andere ruiters de Engel van de HERE verslag uit van hun tocht: "Wij hebben de hele aarde verkend en het is overal volkomen rustig."
Bij het horen hiervan zei de Engel van de HERE: "HERE van de hemelse legers, U bent nu al zeventig jaar toornig geweest op Jeruzalem en de andere steden in Juda. Hoelang zal het nog duren voordat U Zich hun lot aantrekt en weer medelijden toont?" De HERE antwoordde de engel die naast mij stond met vriendelijke, troostrijke woorden.
Toen zei de engel tegen mij: "Predik dit namens de HERE van de hemelse legers: 'Denkt u dat het Mij niets kan schelen wat met Jeruzalem en Juda is gebeurd? Ik waak over hen! Ik ben toornig op de heidense volken die zo zelfverzekerd zijn. Want Ik was maar een beetje boos op mijn volk, maar die volken hebben hen buitensporig zwaar gestraft.
Daarom', zegt de HERE, 'zal Ik medelijden hebben en terugkeren naar Jeruzalem. Mijn tempel zal worden herbouwd en ook Jeruzalem zal weer herrijzen. Herhaal het nog eens: De HERE van de hemelse legers belooft dat de steden van Israël zullen overvloeien van welvaart. En de HERE zal Jeruzalem weer troosten en zegenen en in haar wonen."

In het tweede visioen waarborgt God dat Israëls onderdrukkers inderdaad gestraft zullen worden.

Zach. 1:18-21
HORENS EN SMEDEN. Toen keek ik op en zag vier horens. "Wat betekent dat?" vroeg ik de engel. Hij antwoordde: "Zij vertegenwoordigen de vier wereldmachten die Juda, Israël en Jeruzalem hebben verstrooid."
Vervolgens liet de HERE mij vier smeden zien. "Wat komen die mannen doen?" vroeg ik.
De engel antwoordde: "Zij zijn gekomen om de vier horens die de bevolking van Juda zo volkomen hebben uiteengeslagen, vast te grijpen. Zij zullen hen stukslaan op het aambeeld en weggooien."

In het derde visioen waarborgt God dat Hij Zich onder Zijn volk zal bevinden.

Zach. 2:1-13
MAN MET MEETLAT. Toen ik om mij heen keek, zag ik een man met een meetlat in zijn hand. "Waar gaat u heen?" vroeg ik.
"Ik ga Jeruzalem opmeten", zei hij. "Ik wil nagaan of de stad groot genoeg is om alle mensen te kunnen herbergen!"
Daarna liep de engel die met mij sprak, een andere engel tegemoet die in zijn richting kwam. "Ga die jongeman vertellen", zei de andere engel, "dat Jeruzalem eens zó vol zal zijn dat er niet voor iedereen plaats is! Velen zullen buiten de stadsmuren wonen met hun grote kudden vee en toch zullen zij veilig zijn. Want de HERE Zelf zal als een muur van vuur rondom hen en de stad zijn. En Hij zal met Zijn macht en majesteit in haar wonen."
"Gauw, vooruit, vlucht weg uit Babel", spoort de HERE alle ballingen daar aan. "Ik heb u uiteengejaagd naar alle vier de windstreken, maar zal u weer bij elkaar terugbrengen. Vooruit, vlucht nu naar Sion!" De HERE van de hemelse legers, vol macht en majesteit, heeft mij naar de volken gestuurd door wie u werd onderdrukt. Want wie u aanraakt, raakt Zijn oogappel aan. Ik zal hen onder mijn vuist verpletteren en zij zullen een prooi worden voor hun knechten. Dan zult u weten dat de HERE van de hemelse legers mij heeft gestuurd.
"Zing van vreugde, Jeruzalem! Want Ik kom in uw midden wonen", zegt de HERE. "In die tijd zullen talloze volken zich tot Mij bekeren en ook zij zullen mijn volk zijn en Ik zal bij hen wonen. Dan zult u weten dat de HERE van de hemelse legers mij naar u heeft gestuurd. En Juda zal de erfenis van de HERE in het heilige land zijn, want God zal er nogmaals voor kiezen Jeruzalem te troosten en allen die in haar wonen, te zegenen." Wees stil voor de HERE, al wat leeft, want Hij is vanuit Zijn heilige woning in de hemel naar de aarde gekomen.

In het vierde visioen waarborgt God dat de zonden van het volk zullen worden weggenomen door Degene die “de telg aan de stam van David” wordt genoemd.

Zach. 3:1-10
PRIESTERKLEDING. Daarna liet de engel mij de hogepriester Jozua zien. Hij stond vóór de Engel van de HERE en satan was ook aanwezig. Satan stond rechts van de Engel en bracht vele beschuldigingen tegen Jozua in. Maar de HERE zei tegen satan: "Ik verwerp uw beschuldigingen, satan. Want Ik, de HERE, heb besloten genadig te zijn voor Jeruzalem. Daarom bestraf Ik u. Ik heb Jozua en dit volk genade geschonken. Zij zijn als een stuk brandend hout dat uit het vuur is gerukt."
Jozua had erg vuile kleren aan toen hij voor de Engel van de HERE stond. Toen zei de Engel tegen de anderen die daar stonden: "Trek hem zijn vuile kleren uit."
En Zich tot Jozua wendend, zei Hij: "Kijk, Ik heb uw zonden van u weggenomen en geef u nu deze feestkleren."
Ik vroeg: "Zou hij alstublieft ook een schone tulband kunnen krijgen?" Zij gaven hem er een en trokken hem ook de schone kleren aan.
Toen zei de Engel van de HERE plechtig tegen Jozua: "De HERE van de hemelse legers zegt: 'Als u leeft zoals Ik wil en doet wat Ik u opdraag, zal Ik u de verantwoordelijkheid geven voor mijn huis en Ik zal u toegang geven tot mijn heiligdom evenals deze kring van engelen.
Luister, hogepriester Jozua en al uw andere priesters, u vormt een levend voorteken van de dingen die gaan komen. Begrijpt u het? Jozua is de voorbode van mijn dienaar, de afstammeling van David, die Ik zal sturen. In de steen die Ik voor Jozua leg, zal Ik zeven keer mijn inscriptie graveren: 'Ik zal de zonden van mijn volk binnen één dag verwijderen.'
'En daarna', belooft de HERE van de hemelse legers, 'zult u allemaal in vrede en welvaart leven en ieder van u zal een eigen huis hebben waar u uw buren kunt uitnodigen."

In het vijfde visioen waarborgt God dat Hij Zijn tempel met behulp van twee gezalfden zal voltooien.

Zach. 4:1-14
KANDELAAR EN OLIJFBOMEN. De engel die met mij had gesproken, kwam terug en wekte mij alsof ik had liggen slapen. "Wat ziet u nu?" vroeg hij.
Ik antwoordde: "Ik zie een gouden kandelaar met zeven lampen. En bovenaan zit een oliereservoir van waaruit de lampen telkens weer via zeven toevoerbuisjes van olie worden voorzien. En ik zie twee olijfbomen staan aan weerszijden van het reservoir. Maar wat betekent dit eigenlijk, mijn heer?" vroeg ik.
"Weet u het echt niet?" vroeg de engel.
"Nee", zei ik.
Hij zei: "Dit is een boodschap van de HERE aan Zerubbabel: 'Niet door kracht of door geweld, maar alleen door mijn Geest', zegt de HERE van de hemelse legers.
Wie denkt u wel dat u bent, hoge berg? Voor Zerubbabel zult u met de grond gelijk worden gemaakt! Zerubbabel zal de tempelbouw voltooien. Hij zal de gevelsteen aanbrengen. Alle mensen zullen luid juichen en roepen: 'Prijs God! Door Zijn genade is de tempel tot stand gekomen!"
Ik ontving nog een boodschap van de HERE: "Zerubbabel heeft de fundamenten van de tempel gelegd en zal hem ook voltooien. Daardoor zult u weten dat de HERE van de hemelse legers mij naar u heeft gestuurd.
Kijk niet neer op dit kleine begin, want de HERE is blij te zien dat het werk begint en dat Zerubbabel het paslood ter hand heeft genomen. Want die zeven lampen stellen de zeven ogen van de HERE voor, die de hele aarde overzien."
Toen vroeg ik de engel: "Wat betekenen die twee olijfbomen aan weerszijden van de kandelaar? En wat betekenen die twee olijftakken die langs twee gouden buisjes het goud als olie naar buiten laten lopen?"
"Weet u niet wat ze betekenen?" vroeg de engel.
"Nee", antwoordde ik.
Hij vertelde mij: "Zij stellen de twee gezalfden voor die vóór de Here van de hele aarde staan."

In het zesde visioen waarborgt God dat boosaardigheid altijd gestraft zal worden.

Zach. 5:1-4
VLIEGENDE BOEKROL. Ik keek weer op en zag een boekrol die door de lucht vloog.
"Wat ziet u?" vroeg hij.
"Een vliegende boekrol!" antwoordde ik. "Van ongeveer negen meter lang en vier en een halve meter breed."
"Deze boekrol", zei hij, "bevat de woorden van Gods vervloeking die over het hele land gaan. Daarin staat dat iedereen die steelt of liegt, ter dood veroordeeld is. 'Met deze vervloeking tref Ik het huis van iedere dief of van ieder die vals zweert bij mijn naam', zegt de HERE van de hemelse legers. 'Mijn vloek zal op dat huis rusten en het volkomen vernietigen, met houtwerk, stenen en al.'"

In het zevende visioen waarborgt God dat boosaardige volken altijd op hun knieën zullen worden gebracht.

Zach. 5:5-11
VROUW IN EEN MAND. De engel die met mij sprak, kwam dichterbij en zei: "Kijk eens! Daar komt iets aanvliegen door de lucht!"
"Wat is het?" vroeg ik.
Hij antwoordde: "Het is een grote mand, gevuld met de zonden uit het hele land."
Toen werd het loden deksel van de mand opgelicht en ik zag er een vrouw in zitten. De engel zei: "Zij stelt de goddeloosheid voor." Hij duwde haar terug in de mand en liet het zware deksel weer vallen.
Toen zag ik twee vrouwen die naar ons toe vlogen, met vleugels als van een ooievaar. Zij pakten de grote mand op en vlogen hoog in de lucht ermee weg.
"Waar brengen zij de mand naar toe?" vroeg ik de engel.
"Naar Babel", antwoordde hij. "Daar hoort zij en daar zal zij blijven."

In het achtste visioen waarborgt God dat er uiteindelijk rust zal zijn!

Zach. 6:1-8
VIER STRIJDWAGENS. Ik keek weer op en zag vier wagens die tussen twee bergen van koper uit kwamen. De eerste wagen werd getrokken door rode paarden, de tweede door zwarte, de derde door witte en voor de vierde waren gevlekte paarden gespannen. Het waren sterke paarden.
"Wat betekent dit allemaal?" vroeg ik de engel.
Hij antwoordde: "Dit zijn de vier hemelse geesten die voor de Here van de hele aarde staan. Zij trekken erop uit om de hun opgedragen taak te volbrengen. De wagen met de zwarte paarden gaat naar het noorden, die met de witte paarden zal hem daarheen volgen en de gevlekte paarden gaan naar het zuiden."
De sterke paarden stonden te trappelen van ongeduld om te vertrekken. Zij verlangden ernaar de hele aarde te verkennen en daarom zei de Here: "Goed, ga maar. Doorkruis de hele aarde." En zij vertrokken meteen.
Toen liet de Here mij bij Zich komen en zei: "De paarden die naar het noorden gingen, hebben daar mijn oordeel voltrokken en mijn Geest tot rust gebracht."

Zacharia wordt nu opgedragen om een kroon te plaatsen op het hoofd van Jozua de hogepriester, een handeling die symbolisch is voor de Messias, die zowel Priester als Koning zal zijn voor Zijn volk. Tijdens de evolutie van het ambt van hogepriester in het Israël van na de ballingschap, blijkt dit ambt koninklijke boventonen te krijgen. Deze ontwikkeling zal belangrijk blijken wanneer de Messias komt om Zijn eigen koninkrijk te stichten, want Zijn “koningschap” zal een bedreiging zijn voor de priesterlijke machtsstructuur en zal uiteindelijk tot het einde ervan leiden.

Zach. 6:9-15
KROON VOOR JOZUA. In een volgende boodschap zei de HERE: "Heldai, Tobia en Jedaja zullen giften van zilver en goud meebrengen van Joden die in Babylon in ballingschap leven. Breng hun op de dag van hun aankomst meteen een bezoek. Zij logeren in het huis van Josia, de zoon van Zefanja. Neem hun giften in ontvangst en maak er een kroon van zilver en goud van. Zet die kroon dan op het hoofd van de hogepriester Jozua, de zoon van Jozadak, en zeg tegen hem: "Dit zegt de HERE van de hemelse legers: 'U stelt de man voor, die in de toekomst zal komen en Afstammeling van David zal heten. Hij zal op zijn plaats opgroeien en de tempel van de HERE bouwen. Hij zal niet alleen de tempel bouwen, maar ook een koninklijke titel dragen. Hij zal regeren als koning en als priester, in een volmaakte combinatie van beide!' Geef daarna de kroon een plaats in de tempel van de HERE, ter herinnering aan de gevers, Heldai, Tobia, Jedaja en ook Jozua. De eerste drie mannen, die uit zulke verre landen zijn gekomen, stellen de vele anderen voor, die eens zullen komen uit verafgelegen gebieden om de tempel van de HERE te herbouwen. Wanneer dat gebeurt, zult u weten dat de HERE van de hemelse legers mij naar u heeft gestuurd. Maar dit alles zal alleen gebeuren als u precies de geboden van de HERE, uw God, gehoorzaamt."

Hebben de timmerlieden en de metselaars die aan het werk zijn aan de tempel wel enig besef van het majestueuze toneel waarop zij hun rollen spelen? Misschien wel. Als dat het geval is, dan moeten Zacharia's visioenen niet alleen troost brengen, maar ook een enorme opwinding veroorzaken!


Download (Het Boek)
Download (Statenvertaling)

De chronologische Bijbel -- september



Met dank aan Biblica en Harvest House Publishers. Nadruk en reproductie verboden.
Voor meer details, lees alsjeblieft onze copyrightvoorwaarden



Copyright © 2002 - 2019 AllAboutGOD.com, Alle rechten voorbehouden.