21 juli 

https://www.allaboutgod.com/dutch/nieuwe-hemel-en-aarde.htm

21 juli


Jes. 65:1-7
GOD LEGT OORDEEL UIT.

  De HERE zegt: Mensen die voorheen nooit naar Mij vroegen,
  zijn nu naar Mij op zoek.
  Zij die Mij nooit eerder zochten, vinden Mij nu.
  Tegen mensen die mijn naam niet kenden,
  zeg Ik: 'Hier ben Ik'.
  Maar mijn eigen volk
  (hoewel Ik de hele dag mijn armen wijd uitgespreid hield om het te verwelkomen)
  is opstandig geweest;
  het volgt zijn eigen slechte paden en gedachten.
  Elke dag smijt het Mij beledigingen in het gezicht
  door in de tuinen afgoden te aanbidden
  en reukwerk te verbranden op de daken.
  's Nachts begeven zij zich tussen de graven en grotten
  om boze geesten te vereren;
  zij eten varkensvlees
  en ander verboden voedsel.
  Toch zeggen zij tegen elkaar: "Kom niet te dichtbij,
  anders verontreinig je mij! Want ik ben heiliger dan jij!"
  Ik kan ze niet meer zien.
  Dag in, dag uit maken ze Mij toornig.

  Kijk, Zijn voornemen ligt zwart-op-wit voor mij:
  Ik zal niet blijven zwijgen; Ik zal het hun betaald zetten.
  Ja, Ik zal het hun grondig betaald zetten.
  Niet alleen hun eigen zonden, maar ook die van hun vaders,
          zegt de HERE,
  want die verbrandden ook reukwerk op de daken
  en beledigden Mij op de heuveltoppen.
  Ik zal het hun volledig betaald zetten.

Jes. 65:8-10
VERLOSSING VAN RESTANT.

  Maar Ik zal hen niet allemaal vernietigen,
          zegt de HERE,
  want net als in een slechte tros ook goede druiven zitten
  (en iemand zegt: "Gooi ze niet allemaal weg,
  er zitten nog een paar goede druiven tussen!")
  zo zal Ik ook Israël niet volledig vernietigen,
  want er bevinden zich trouwe dienaars onder.
  Een restant van mijn volk zal Ik in leven laten om het land Israël te bezitten;
  zij die Ik uitkies, zullen het erven en Mij daar dienen.
  Voor hen die Mij hebben gezocht,
  zullen de velden van Saron weer gevuld zijn met schaapskudden
  en in het dal van Achor zullen de runderen grazen.

Jes. 65:11,12
GEEN GENADE VOOR MENSEN ZONDER BEROUW.

  Maar omdat de rest van u de tempel van de HERE heeft verlaten
  en afgoden van het noodlot
  en het hiernamaals aanbidt,
  zal Ik u door het zwaard doen sterven
  en staat de dood u te wachten;
  want toen Ik riep, gaf u geen antwoord;
  toen Ik sprak, wilde u niet luisteren.
  U zondigde opzettelijk,
  hoewel u wist hoe Ik dat verafschuw.

Jes. 65:13-16
ZEGEN VOOR DIENAARS. Daarom zegt de HERE God:

  U zult van honger sterven,
  maar mijn dienaars zullen eten;
  u zult dorstig zijn,
  terwijl zij drinken;
  u zult droevig en beschaamd zijn,
  maar zij zullen blij zijn.
  U zult huilen in uw zorgen en vertwijfeling,
  terwijl zij zingen van vreugde.
  Uw naam zal een vloekwoord zijn onder mijn uitgekozen volk,
  want de HERE God zal u neerslaan
  en Zijn echte dienaars bij een andere naam noemen.
  Dan zal een tijd aanbreken
  dat ieder die een zegen uitspreekt of een eed zweert,
  dat zal doen bij de God van de waarheid;
  want Ik zal mijn toorn opzijzetten
  en het kwaad dat u deed, vergeten.

Jes. 65:17-25
NIEUWE HEMEL EN NIEUWE AARDE.

  Want kijk, Ik schep
  een nieuwe hemel en een nieuwe aarde:
  Zo mooi, dat niemand meer aan de oude zal terugdenken.
  Wees blij; verheug u voor altijd in mijn schepping.
  Kijk! Ik zal Jeruzalem veranderen in een plaats van geluk
  en haar inwoners zullen een en al blijdschap zijn!
  En Ik zal Mij verheugen in Jeruzalem en in mijn volk
  en het geluid van klagen en huilen
  zal daar niet meer worden gehoord.

  Babies zullen niet meer enkele dagen oud sterven;
  mannen die honderd jaar worden, zullen er niet oud uitzien!
  Alleen zondaars zullen op een dergelijke leeftijd sterven!
  In die dagen zal een man blijven wonen in het huis dat hij heeft gebouwd;
  het zal niet worden verwoest door vijandige invallen zoals in het verleden.
  Mijn volk zal wijngaarden planten en de opbrengst ervan zelf eten;
  zijn vijanden zullen het niet in beslag nemen.
  Want mijn volk zal net zo lang leven als de bomen
  en het zal lang genieten van de opbrengsten van het harde werk.
  De oogsten zullen niet worden gegeten door hun vijanden;
  hun kinderen zullen niet worden geboren om te vroeg te sterven.
  Want zij zijn de kinderen van hen die de HERE heeft gezegend
  en hun kinderen zullen ook worden gezegend.
  Voordat zij Mij roepen, zal Ik hun al antwoord geven.
  Terwijl zij nog tegen Mij praten over wat zij nodig hebben,
  zal Ik al beginnen hun gebeden te verhoren!
  De wolf en het lam zullen samen eten;
  de leeuw zal stro eten als een os;
  giftige slangen zullen niemand meer verslinden, maar stof eten.
  In die dagen zal niemand meer worden gewond of vernietigd,
  want op mijn heilige berg zal geen kwaad meer geschieden,
          zegt de HERE.

Jes. 66:1,2
GODS MAJESTEIT EN MACHT.

  De hemel is mijn troon,
          zegt de HERE,
  en de aarde mijn voetbank;
  welke tempel kunt u voor Mij bouwen,
  die Mij tot een huis zou kunnen zijn om daarin te wonen?
  Mijn hand heeft dat alles toch gemaakt, zij zijn mijn eigendom.
  Toch rust mijn oog op de man
  met een nederig en verslagen hart,
  die beeft voor mijn woord.

Jes. 66:3-6
GODS VIJANDEN KOMEN TEN VAL.

  Maar zij die hun eigen wegen kiezen
  en behagen scheppen in hun zonden, zijn vervloekt.
  God zal hun offers niet aanvaarden.
  Als zulke mensen een os offeren op het altaar van God,
  is het net zo min aanvaardbaar voor Hem als een mensenoffer.
  Als zij een lam offeren of een graanoffer brengen,
  is dat voor God hetzelfde als wanneer zij een hond
  of het bloed van een zwijn op Zijn altaar leggen!
  Als zij reukwerk voor Hem verbranden,
  rekent Hij hun dat aan alsof zij een afgod zegenen.
  Ik zal grote ergernis over hen brengen,
  alles waarvoor zij vreesden;
  want toen Ik hen riep, weigerden zij te antwoorden
  en toen Ik tegen hen sprak, wilden zij niet luisteren.
  Integendeel, zij deden kwaad voor mijn ogen
  en kozen dát waarvan zij wisten dat Ik het verafschuwde.

  Luister naar de woorden van de HERE,
  allen die Hem vrezen en beef voor Zijn woorden:
  Uw broers haten en verstoten u,
  omdat u trouw bent aan mijn naam.
  "Glorie aan God", spotten zij,
  "laat ons uw geluk in de HERE maar eens zien!"
  Zij zullen te schande worden gemaakt.
  Wat is dat voor een opschudding in de stad?
  Wat is dat voor een vreselijk lawaai uit de tempel?
  Het is de stem van de HERE,
  Die vergelding over Zijn vijanden brengt.

Jes. 66:7-14
GELOVIGEN ZULLEN BELOOND WORDEN.

  Wie heeft ooit zoiets vreemds gezien of gehoord?
  Want in één dag zal plotseling een volk, Israël, worden geboren,
  zelfs nog voordat de weeën zijn begonnen.
  Nauwelijks begon de pijn of de baby was er al.
  Het volk is ontstaan.
  Zou Ik de geboorte op gang brengen
  zonder dat een kind gebaard wordt? vraagt de HERE, uw God.
  Nee! Nooit!
  Wees blij met Jeruzalem en verheug u met haar,
  allen die van haar houden
  en die om haar rouwden.
  Wees blij om Jeruzalem;
  drink met volle teugen van haar glorie
  als een kind aan zijn moeders overvolle borst.

  Voorspoed zal Jeruzalem als een rivier overspoelen,
          zegt de HERE,
  want Ik zal het sturen;
  de rijkdommen van de niet-Joden zullen naar haar toestromen.
  Haar kinderen zullen aan haar borst worden gevoed,
  op haar heup worden gedragen
  en op haar schoot worden geknuffeld.
  Ik zal u daar troosten,
  zoals een kind wordt getroost door zijn moeder.

  Als u Jeruzalem ziet, zal uw hart blij zijn.
  U zult een stralende gezondheid krijgen.
  De hele wereld zal Gods goede hand op Zijn volk zien rusten,
  evenals Zijn toorn over Zijn vijanden.

Jes. 66:15-17
VERNIETIGING VAN BOOSAARDIGEN.

  Want kijk, de HERE zal komen met vuur
  en snelle wagens van vervloeking
  en Hij zal Zijn toorn als een vuur alles laten verbranden.
  Want de HERE zal de wereld met vuur en met Zijn zwaard straffen
  en het aantal slachtoffers zal groot zijn!

Zij die afgoden aanbidden, verscholen achter een boom in de tuin en daar feestvieren met varkensvlees, muizen en ander verboden voedsel, zullen ellendig aan hun einde komen, zegt de HERE.

Jes. 66:18-21
OVERLEVENDEN ZULLEN EVANGELISEREN. Ik zie heel goed wat zij doen; Ik weet wat zij denken, daarom is het tijd geworden alle volken rond Jeruzalem te verzamelen, waar zij mijn glorie zullen zien.
Ik zal een machtig wonder onder hen doen en zij die aan het oordeel ontkomen, zal Ik als zendelingen uitzenden naar de volken: Naar Tarsis, Pul, Tubal, Lud, Javan en naar de landen overzee, die niet hebben gehoord van mijn faam, noch mijn glorie hebben gezien. Daar zullen zij mijn glorie onder de niet-Joden bekendmaken. En zij zullen al uw broeders uit alle volken mee terugbrengen als een geschenk voor de HERE; op paarden, in rijtuigen, op draagstoelen, muildieren en snelle kamelen; naar mijn heilige berg, naar Jeruzalem, zegt de HERE. Het zal lijken op de offers, die in de oogsttijd de tempel binnenstromen, gedragen in vaten, die aan de HERE zijn gewijd. En Ik zal enkelen van hen die terugkeren, aanwijzen als mijn priesters en Levieten, zegt de HERE.

Jes. 66:22-24
EEUWIG LEVEN EN EEUWIGE DOOD. Zo zeker als mijn nieuwe hemel en aarde zullen bestaan, zo zeker zult u voor altijd mijn volk zijn, met een naam die nooit zal verdwijnen. De hele mensheid zal Mij week in, week uit, maand in, maand uit komen aanbidden. Zij zullen uitgaan en de dode lichamen zien van hen die tegen Mij opstonden, want hun worm zal nooit sterven; hun vuur zal niet doven en zij zullen een vreselijke aanblik vormen voor de hele mensheid.

Hoe iemand een dergelijk krachtige boodschap kan negeren of afwijzen is moeilijk te begrijpen. Maar Jesaja zelf spreekt over de mensen die zullen weigeren te luisteren. Sommigen zullen de boodschap afwijzen omdat zij bewust koppig zijn, anderen omdat zij zich volledig richten op materieel gewin of pleziertjes of zelfs valse godsdiensten. Het droevigste van dit alles is welzeker dat Gods boodschap soms verborgen blijft voor het gewone volk door toedoen van juist die mensen die hen zouden kunnen verlichten – de religieuze leiders. Opnieuw wordt het oordeel over deze leiders door Jesaja in het bijzonder belicht. Het is mogelijk dat deze veroordeling het doodvonnis over Jesaja zelf velt, want volgens de Joodse overlevering werd Jesaja tijdens Manasses heerschappij door zijn vijanden in tweeën gezaagd.


Geestelijke opleving onder Manasse

Ten gevolge van zijn boosaardige leiderschap wordt Manasse als gevangene naar Babylon afgevoerd door het leger van het nu oppermachtige Assyrische Rijk. Tijdens deze ballingschap, samen met een groot aantal van zijn landgenoten, begint Manasses geweten aan hem te knagen en komt hij oprecht tot berouw. Daarom geeft God hem de troon van Juda terug. Manasse doet er nu alles aan om de afgoderij uit te roeien die hij zelf had geïntroduceerd. Het historische verslag begint met een opmerking over de Assyrische staatsgreep, waarin Sanherib door zijn eigen zonen wordt vermoord.

2 Kon. 19:37, 2 Kron. 37:38, Jes. 37:38 (681 v.C.)
SANHERIB VERMOORD. Terwijl hij zich op een keer in aanbidding neerboog in de tempel van zijn god Nisroch, werd hij door zijn zonen Adrammelech en Sarezer gedood. Zij vluchtten naar het oostelijk deel van Turkije (het land Ararat) en zijn zoon Esarhaddon volgde hem op.

2 Kron. 33:10,11
MANASSE GEVANGENGENOMEN. Hoewel de HERE tot Manasse en zijn volk sprak, luisterden zij niet naar Zijn waarschuwingen. Daarom stuurde God het Assyrische leger, dat hen gevangen nam en naar Babel wegvoerde.

2 Kron. 33:12,13
BEROUW LEIDT TOT HERSTEL. Pas toen Manasse in uiterste nood verkeerde, vernederde hij zich en vroeg de HERE, de God van zijn voorouders, om hulp. En de HERE luisterde en beantwoordde zijn smeekbede door hem terug te brengen naar Jeruzalem en zijn koninkrijk. Toen dat was gebeurd, besefte Manasse pas goed dat de HERE alleen God was.

2 Kron. 33:14-17
MANASSES HERVORMINGEN IN JUDA. Hierna herbouwde hij de buitenmuur van de Stad van David, ten westen van de bron van Gihon in het Kidrondal, die naar de Vispoort en rond Ofel liep. Bovendien maakte hij de muur een stuk hoger. Zijn legeraanvoerders verspreidde hij over alle versterkte steden van Juda.
Tevens verwijderde hij alle heidense afgodsbeelden en ook die in de tempel. De altaren die hij op de tempelheuvel had gebouwd en die overal in Jeruzalem stonden, liet hij buiten de stad brengen. Daarna nam hij het altaar van de HERE weer in gebruik en bracht er offers op (vredeen dankoffers) en verlangde van de inwoners van Juda dat zij de HERE, de God van Israël, ook weer gingen vereren. De mensen bleven echter gewoon op de altaren in de heuvels offeren, al waren die offers nu wel bestemd voor de HERE, hun God.

Download (Het Boek)
Download (Statenvertaling)

De chronologische Bijbel -- juli



Met dank aan Biblica en Harvest House Publishers. Nadruk en reproductie verboden.
Voor meer details, lees alsjeblieft onze copyrightvoorwaarden



Copyright © 2002 - 2019 AllAboutGOD.com, Alle rechten voorbehouden.