26 maart 

https://www.allaboutgod.com/dutch/israel-als-monarchie.htm

26 maart


ISRAEL ALS MONARCHIE

(ca. 1100 – 930 voor Christus)


Samuël leidt een overgang in

Nu het tijdperk van de rechters ten einde loopt, wordt de aandacht gericht op een mens met een unieke status. Samuël werd geboren nadat de gebeden van zijn onvruchtbare moeder verhoord werden. Hij is de laatste van de rechters van Israël, één van de vele profeten van Israël en degene die de eerste koning van Israël zalft. Zoals in de Wetten van Mozes al tot uitdrukking kwam, heeft God het verlangen van zijn volk, om net als de omliggende landen een menselijke koning te hebben, al voorzien. Het tijdstip nadert waarop God hun een koning zal geven, ook al weet hij dat dit verwoestende gevolgen voor Israël zal hebben. Nu het land Kanaän grotendeels door Israël beheerst wordt, is de tijd aangebroken voor de onvermijdelijke overgang van een theocratie naar een monarchie.
De geschiedenis van deze 465-jarige periode van de koningen is voornamelijk vastgelegd in de boeken 1 en 2 Samuël, 1 en 2 Koningen, en 1 en 2 Kronieken. Terwijl de geschiedenis zich ontvouwt, zal deze monarchie zowel bloeien als lijden onder de drie belangrijkste koningen en zich vervolgens opsplitsen in twee kleinere koninkrijken die door een opeenvolging van koningen worden bestuurd – waarvan sommigen goede, maar de meesten slechte koningen zijn – totdat Gods volk weer wordt overwonnen en door buitenlandse machten in gevangenschap wordt afgevoerd.

1 Sam. 1:1-8 (ca. 1100-1050 v.C.) - Silo
HANNA ROUWT OVER ONVRUCHTBAARHEID. In Ramathaïm-Zofim, in het gebergte van Efraïm, woonde Elkana. Hij was de zoon van Jeroham; zijn grootvader heette Elihu en zijn overgrootvader Tohu. Tohu was uit het geslacht van Zuf. Elkana had twee vrouwen, Hanna en Peninna. Peninna had enkele kinderen, maar Hanna was tot nog toe kinderloos gebleven.
Elk jaar reisde Elkana met zijn gezin naar de tabernakel in Silo om de HERE te aanbidden en offers te brengen. De dienstdoende priesters daar waren Hofni en Pinehas, de zonen van Eli. Op de dag dat hij zijn offer bracht, gaf Elkana daarvan enkele delen aan Peninna en haar kinderen. Maar Hanna gaf hij tweemaal zoveel, omdat hij erg veel van haar hield, ondanks haar kinderloosheid. Peninna maakte Hanna het leven nog moeilijker door haar voortdurend te treiteren met haar onvruchtbaarheid. Zo ging het elk jaar wanneer Elkana op reis ging. Telkens lachte Peninna haar uit en plaagde haar onderweg. Dat maakte Hanna dan zo overstuur dat zij begon te huilen en geen hap door haar keel kon krijgen. "Wat is er toch, Hanna?" riep Elkana dan. "Waarom eet je niets en heb je zo'n verdriet? Ben ik je dan niet meer waard dan tien zonen?"

1 Sam. 1:9-18
EEN GEBED EN EEN BELOFTE. Nadat zij van het offervlees hadden gegeten, stond Hanna op en ging naar de tabernakel. De priester Eli zat bij de ingang. Hanna was vertwijfeld en huilde bittere tranen, terwijl zij tot de HERE bad. In haar gebed deed zij een belofte: "Och HERE, luister toch naar mijn problemen; beantwoord mijn gebed en geef mij een zoon. Als U dat doet, dan beloof ik U dat ik hem aan U zal teruggeven. Hij zal voor zijn hele leven aan U toebehoren en zijn haar zal nooit worden afgeknipt."
Eli zag haar mond bewegen tijdens haar stil gebed; maar omdat hij geen geluid hoorde, dacht hij dat zij dronken was. "Hoe haalt u het in uw hoofd hier dronken binnen te komen!" zei hij grofweg. "Ga eerst uw roes uitslapen."
"Maar ik ben helemaal niet dronken, meneer!" antwoordde Hanna onthutst. "Ik was alleen vreselijk verdrietig en heb mijn hart bij de HERE uitgestort. Ik had Hem vanwege mijn verdriet zoveel te vertellen! U moet echt niet denken dat ik dronken ben!"
"In dat geval", meende Eli, "kunt u gerust zijn! De God van Israël zal uw gebed verhoren."
"Denk alstublieft nog eens aan mij!" riep zij en ging weg. Vanaf dat moment begon zij weer te eten en zag zij er niet meer zo verdrietig uit.

1 Sam. 1:19,20 - Rama
SAMUEL GEBOREN. Het hele gezin stond de volgende morgen vroeg op en ging naar de tabernakel om de HERE nog eenmaal te aanbidden. Daarna gingen zij terug naar Rama en toen Elkana kort daarna gemeenschap had met Hanna, dacht de HERE aan haar. Na verloop van tijd raakte Hanna zwanger en bracht een jongetje ter wereld. Zij noemde hem Samuël , want zij zei: "Ik heb de HERE om dit kind gevraagd."

1 Sam. 1:21-28 - Silo
SAMUEL OPGEDRAGEN. Het volgende jaar ging Elkana alleen met Peninna en haar kinderen naar de tabernakel in Silo. Hanna bleef thuis en zei tegen Elkana: "Als de baby geen borstvoeding meer nodig heeft, neem ik hem mee naar de tabernakel en zal hem daar voorgoed achterlaten."
"Doe maar wat jij goed vindt", zei Elkana. "Moge de wil van de HERE worden gedaan." Zij bleef dus thuis tot het kind geen borstvoeding meer nodig had.
Toen nam zij de jongen (ondanks het feit dat hij nog erg klein was) mee naar de tabernakel van de HERE in Silo. Als offer nam zij drie runderen, 22 liter meel en wat wijn mee. Nadat zij een van de runderen had geofferd, ging zij met het kind naar Eli. "Herinnert u zich mij nog?" vroeg Hanna hem. "Ik ben de vrouw die hier destijds stond te bidden tot de HERE! Om dit kind heb ik toen gebeden en de HERE heeft mijn gebed verhoord. Daarom geef ik hem nu voor zijn hele leven aan de HERE." Intussen aanbad Elkana de HERE in de tabernakel.

1 Sam. 2:1-11
HANNA PRIJST GOD. Daarna zong Hanna een loflied voor de HERE:

  "Wat heeft de HERE mij blij gemaakt!
  Wat een kracht heeft Hij mij gegeven!
  Nu kan ik vrijuit tegen mijn vijanden spreken,
  want de HERE heeft mij verlost. Wat een vreugde!

  Niemand is zo heilig als de HERE!
  Er is geen andere God,
  geen andere Rots dan onze God.

  Wees niet langer trots en zelfingenomen!
  De HERE weet wat u hebt gedaan
  en zal uw daden beoordelen.

  Zij die machtig waren, zijn het nu niet meer!
  Zij die zwak waren, zijn nu sterk.
  Die het goed hadden, lijden nu honger;
  die honger leden, zijn nu goed doorvoed.
  De onvruchtbare vrouw heeft nu zeven kinderen;
  zij die vele kinderen had, kan nu niet meer baren.

  De HERE doodt en Hij maakt levend.
  Hij laat de mens neerdalen in het dodenrijk
  en leidt hem daar ook weer uit.
  Sommigen geeft Hij armoede, anderen rijkdom.
  De één vernedert Hij, de ander wordt verhoogd.
  Hij tilt de armen op uit het stof (ja, uit de vuilnishoop)
  en behandelt hen als vorsten
  en geeft hun eer en aanzien.

  Want de hele aarde is door de HERE geschapen
  en Hij houdt de wereld in Zijn hand.
  Hij zal hen die Hem aanbidden, beschermen;
  maar de goddelozen zullen tot zwijgen worden gebracht in de duisternis.

  Niemand zal slagen door zijn eigen kracht alleen.
  Zij die tegen de HERE vechten, zullen worden gebroken;
  vanuit de hemelen laat Hij tegen hen de donder weerklinken.
  Hij oordeelt over de hele aarde.
  Hij geeft Zijn koning kracht
  en aan Zijn Gezalfde grote eer."

Zo ging Elkana zonder Samuël naar Rama terug; het kind werd een dienaar van de HERE, want hij hielp de priester Eli.

1 Sam. 2:12-17
ELI'S BOOSAARDIGE ZONEN. De zonen van Eli waren slechte mannen, die niets om de HERE gaven. Het gebeurde regelmatig dat zij hun dienaar erop uit stuurden wanneer iemand een offer bracht. Terwijl het vlees van het offerdier werd gekookt, stak de dienaar een driepuntige vleeshaak in de pot waarbij alles wat aan de haak omhoog kwam voor de zonen van Eli was. Alle Israëlieten die naar Silo kwamen om te aanbidden, werden op die manier behandeld. Soms kwam de dienaar nog voordat het vet op het altaar in brand was gestoken en eiste het nog rauwe vlees op voordat het werd gekookt, zodat het kon worden geroosterd.
Als de man die het offer bracht, antwoordde: "Neem zoveel u wilt, maar eerst moet het vet worden verbrand, zoals de wet voorschrijft", dan zei de dienaar brutaalweg: "Nee, ik wil het nu hebben en als ik het niet goedschiks krijg, neem ik het kwaadschiks."
Zo zondigden de beide jongemannen ernstig in de ogen van de HERE. Zij maakten immers misbruik van de offers van het volk aan de HERE.

1 Sam. 2:18-21
SAMUELS GEZIN GEZEGEND. Samuël, hoewel nog steeds een kind, was een dienaar van de HERE en droeg een kleine linnen mantel, naar het voorbeeld van de priesters. Elk jaar maakte zijn moeder een mantel voor hem en bracht hem die wanneer zij en haar man hun offer kwamen brengen. Voordat zij weer naar huis gingen, zegende Eli Elkana en Hanna en vroeg God hun nog meer kinderen te geven, die de plaats konden innemen van het kind dat zij aan de HERE hadden geschonken. En de HERE gaf Hanna nog drie zonen en twee dochters. Ondertussen groeide Samuël dicht bij de HERE op.

1 Sam. 2:22-26
ELI BERISPT ZONEN. Ook al was Eli erg oud, toch wist hij heel goed wat zijn zonen het volk aandeden. Hij wist bijvoorbeeld dat zij sliepen met de vrouwen die bij de ingang van de tabernakel hielpen. "Ik heb van het volk van de HERE vreselijke verhalen gehoord over wat jullie doen", zei Eli tegen zijn zonen. "Het is iets vreselijks het volk van de HERE te laten zondigen. Als mensen tegen elkaar zondigen, wordt dat al zwaar gestraft; hoeveel te meer dan deze zonden van jullie die tegen de HERE zijn bedreven?" Maar zij luisterden niet naar hun vader, want de HERE had Zich al voorgenomen hen te doden.
De jonge Samuël groeide op en was geliefd, zowel bij de HERE als bij de mensen.

1 Sam. 2:27-36
OORDEEL OVER ELI'S HUIS. Op een dag kwam een profeet bij Eli en gaf hem de volgende boodschap van de HERE: "Heb Ik mijn kracht niet duidelijk laten zien aan uw voorouders, toen zij slaven waren onder Farao in Egypte? Heb Ik uw stamvader Levi niet uit al zijn broers gekozen om mijn priester te worden, te offeren op het altaar, reukwerk te verbranden en de priesterlijke mantel te dragen als hij Mij diende? Heb Ik de offergeschenken van het volk niet toegewezen aan u, de priesters? Waarom misbruikt u de offers die Mij worden gebracht? Waarom hebt u uw zonen meer geëerd dan Mij? Waarom hebt u zich volgegeten van de beste offers van mijn volk Israël, die alleen Mij toekomen?
Daarom verklaar Ik, de HERE, de God van Israël, dat ook al heb Ik beloofd dat uw familie altijd mijn priesters zouden blijven, u niet moet denken ongestoord met deze gruwelijke praktijken te kunnen doorgaan. Ik zal alleen eren, die Mij eren en Ik zal verachten wie Mij verachten. Ieder van uw familieleden zal voortaan jong sterven, zodat zij niet langer als priester zullen dienen. Uw familie zal worden vernietigd. Hoewel u de zegeningen zult zien, die Ik aan mijn volk zal geven, zult u in mijn heiligdom vreselijke dingen zien gebeuren. Geen man uit uw familie zal oud worden. De enkeling, die Ik niet van mijn altaar zal wegdoen, zal al deze dingen met pijn moeten aanzien en van verdriet wegkwijnen. Alle leden van uw familie zullen in de kracht van hun leven sterven.
En om te bewijzen dat wat Ik heb gezegd zal gebeuren, zal Ik ervoor zorgen dat uw zonen Hofni en Pinehas op dezelfde dag sterven! Daarna zal Ik een betrouwbare priester aanstellen, die Mij zal dienen en alles zal doen wat Ik hem opdraag. Ik zal zijn huis zegenen en hij zal Mij altijd trouw blijven. Al uw nakomelingen die nog overblijven, zullen zich diep voor hem buigen en hem smeken om brood en geld. 'Alstublieft', zullen zij zeggen, 'geef mij toch een plaatsje bij de priesterdienst, zodat ik nog wat te eten krijg."

Download (Het Boek)
Download (Statenvertaling)

De chronologische Bijbel -- maart



Met dank aan Biblica en Harvest House Publishers. Nadruk en reproductie verboden.
Voor meer details, lees alsjeblieft onze copyrightvoorwaarden



Copyright © 2002 - 2019 AllAboutGOD.com, Alle rechten voorbehouden.