13 september 

https://www.allaboutgod.com/dutch/god-en-het-lijden.htm

13 september


Bildad

Job 18:1-4
ANDEREN HEBBEN OOK KENNIS. Opnieuw antwoordde de Suhiet Bildad:

  "Hoe lang wil je dit woordenspel nog volhouden?
  Spreek toch eens verstandig als je wilt dat wij antwoord geven!
  Beschouw je ons soms als vee
  dat te stom is om te kunnen praten en denken?
  Denk je dat een aardbeving ontstaat
  doordat je jezelf verscheurt in je toorn?
  Moeten wij ons soms snel gaan verbergen voor neerstortende rotsen?

Job 18:5-21
LIJDEN VANWEGE GODDELOOSHEID.

  Toch blijft het waar dat de goddelozen snel aan hun einde komen
  en dat hun licht wordt gedoofd en hun vlam geblust.
  In elk huis waar de goddeloosheid heerst,
  zal het donker worden.
  De zelfbewuste stap van de goddeloze mens verslapt
  en hij zal het slachtoffer worden van zijn eigen plannen.
  Hij trapt in de val en zit muurvast.
  Rovers overvallen hem.
  Op elk pad dat hij kiest,
  ligt een valstrik voor hem klaar.
  Hij heeft een goede reden om bang te zijn;
  talloze gevaren liggen overal op de loer.
  Rampen overvallen hem wanneer hij zwak is.
  Het onheil vreet aan zijn huid.
  De dood zal hem verslinden.
  Hij zal uit zijn veilige huis worden weggesleurd
  en weggevoerd naar de koning der verschrikkingen.
  Zijn huis zal verdwijnen
  onder een vurige laag zwavel.
  Zijn wortels drogen op in de grond
  en zijn takken sterven af.
  Elke herinnering aan zijn aardse bestaan zal verdwijnen;
  niemand van zijn landgenoten zal zich hem herinneren.
  Hij zal vanuit het licht de duisternis worden ingedreven
  en uit de wereld worden weggejaagd.
  Hij heeft geen kinderen, geen afstammelingen onder zijn volk,
  geen enkele overlevende op de plaats waar hij eens woonde.
  Uit alle streken zullen zij beven van angst
  als zij zien welk lot hem treft.
  Ja, dat gebeurt met zondaars,
  met mensen die God de rug toekeren!"

Job

Job 19:1-6
ZELFS RECHTSCHAPEN MENSEN LIJDEN. Job gaf Bildad het volgende antwoord:

  "Hoe lang blijven jullie mij nog tergen
  en proberen mij met woorden te verpletteren?
  Jullie hebben nu al tienmaal verteld dat ik een zondaar ben!
  Schamen jullie je niet mij elke keer zo aan te vallen?
  Trouwens, als ik inderdaad verkeerd was,
  is dat in de eerste plaats mijn zorg.
  Als jullie zo'n hoge dunk van jezelf hebben
  en mij erop wijzen dat ik schuldig ben,
  weet dan wel dat God mij heeft overweldigd
  en in Zijn net heeft gevangen.

Job 19:7-12
JOBS VERLIEZEN.

  Ik roep wel om hulp, maar Hij hoort mij niet.
  Ik schreeuw, maar een rechtvaardige behandeling krijg ik niet.
  God heeft mij de weg versperd
  en mijn licht veranderd in duisternis.
  Hij heeft mij van mijn eer beroofd
  en mij mijn kroon afgenomen.
  Van alle kanten heeft Hij mij afgebroken
  en nu is het met mij gedaan.
  Al mijn verwachtingen heeft Hij de bodem ingeslagen.
  Zijn brandende toorn is tegen mij gericht
  en Hij beschouwt mij als een vijand.
  Hij stuurt Zijn troepen
  om mijn tent te omsingelen en te belegeren.

Job 19:13-20
JOBS VERVREEMDING.

  Mijn broers en mijn vrienden heeft Hij weggestuurd
  en zij zijn van mij vervreemd.
  Mijn familieleden zijn weggebleven
  en mijn vrienden hebben mij in de steek gelaten.
  Mijn gasten, ook mijn dienaren, behandelen mij als een vreemdeling.
  Ik roep mijn dienaar, maar hij komt niet;
  zelfs niet als ik hem smeek te komen.
  Mijn eigen vrouw heeft een afkeer van mijn adem
  en mijn broers vinden dat ik stink.
  Zelfs jonge kinderen hebben een afkeer van mij.
  Als ik ga staan om iets te zeggen, lachen zij mij uit!
  Mijn beste vrienden mijden mij.
  De mensen van wie ik hield, keren zich tegen mij.
  Ik ben vel over been
  en heb alleen mijn tandvlees overgehouden.

Job 19:21,22
SMEEKBEDE OM MEDELIJDEN.

  Och mijn vrienden, heb toch medelijden met mij,
  want de hand van God heeft mij hard geslagen.
  Waarom achtervolgen jullie mij net zoals God doet?
  Krijgen jullie er nooit genoeg van mij te beledigen?

Job 19:23-27
VERTROUWEN IN WEDEROPSTANDING.

  Och, ik zou willen dat mijn woorden
  met een ijzeren stift in lood gegrift,
  ja in de rots werden gehouwen,
  zodat zij daar voor altijd zouden staan.
  Want ik weet dat mijn Verlosser leeft
  en dat Hij tenslotte met Zijn voeten op de aarde zal staan.
  En nadat mijn huid van mij is afgevallen
  en mijn lichaam zal zijn vergaan,
  zal ik buiten het lichaam toch God mogen zien.
  Ja, ik zal Hem zelf zien, niet iemand anders;
  met mijn eigen ogen.
  O, wat verlangt mijn hart daarnaar!

Job 19:28,29
ARGUMENTEN SNIJDEN AAN TWEE KANTEN.

  Hoe durven jullie mij te blijven beschuldigen,
  alsof ik al schuldig ben bevonden?
  Ik waarschuw jullie dat jullie gevaar lopen te worden gestraft
  voor wat jullie nu doen!"

Zofar

Job 20:1-3
REACTIE OP TERECHTWIJZING. De Naämathiet Zofar zei:

  "Ik zal snel reageren,
  want ik ben geschokt.
  Je beledigt mij met je verwijt
  en mijn verstand zegt me dat ik daarop moet antwoorden.

Job 20:4-11
BOOSAARDIGEN GAAN ALTIJD TEN ONDER.

  Je weet toch
  dat sinds de mens voor het eerst op aarde verscheen,
  de blijdschap en de vreugde van de goddelozen
  een kort leven zijn beschoren?
  Ook al reikt de trots van de goddeloze zo hoog als de hemelen
  en loopt hij met zijn neus in de lucht,
  toch zal hij voor eeuwig omkomen en worden weggeworpen zoals zijn uitwerpselen.
  Zij die hem kenden, zullen zich afvragen waar hij is gebleven.
  Als een droom zal hij vervagen,
  als een visioen plotseling verdwijnen.
  Niemand zal hem ooit terugzien.
  In zijn woonplaats zullen ze hem zelfs niet eens missen.
  Zijn kinderen moeten bedelen bij de armen
  en zijn eigen handen moeten zijn rijkdom teruggeven.
  De jeugdige levenskracht in zijn botten
  verdwijnt samen met hem in het stof.

Job 20:12-19
TERUGBETALING VAN ZONDEN.

  Hij geniet van zijn goddeloosheid,
  die hij langzaam in zijn mond laat smelten,
  er zacht op zuigend,
  bang dat de smaak zal verdwijnen.
  Maar het voedsel dat hij heeft gegeten,
  wordt bitter als gal in zijn ingewanden.
  Hij zal de rijkdom die hij opslokte, weer moeten uitbraken.
  God laat niet toe dat hij het binnenhoudt.
  Het is een levensgevaarlijk vergif voor hem geworden.'
  Hij zal geen plezier hebben van de dingen die hij heeft gestolen
  en niet genieten van de stromen olie, honing en room.
  Zijn inspanningen zullen niet worden beloond;
  aan de winst van zijn handel zal hij geen plezier beleven.
  Want hij heeft de armen onderdrukt en hun huizen in beslag genomen,
  waarop hij geen recht had.

Job 20:20-29
SLECHTE MENSEN HEBBEN GEEN VERWEER.

  Omdat hij van binnen geen rust kent,
  helpen al zijn schatten hem uiteindelijk niets.
  Maar als er niets meer is om te stelen,
  komt een einde aan zijn welvaart.
  Temidden van zijn overvloed zal hij in moeilijkheden raken
  en zal het toppunt van ellende hem in het verderf storten.
  Op het moment dat zijn buik vol is,
  zal Gods toorn op hem neerregenen.
  Hij zal wegvluchten,
  maar een pijl zal zijn rug doorboren.
  De pijl wordt uit zijn lichaam getrokken
  en de scherpe punt komt uit zijn gal.
  De angsten van de dood zijn over hem gekomen.
  Zijn schatten zullen verloren gaan in de diepste duisternis.
  Een laaiend vuur zal zowel hem als zijn goederen verslinden
  en alles verteren wat hij nog over had.
  De hemelen zullen zijn zonden openbaar maken
  en de aarde zal tegen hem getuigen.
  Zijn rijkdom zal op de dag van Gods toorn
  in een vloedgolf wegspoelen.
  Dat is Gods bestemming voor de goddeloze;
  de erfenis die God hem geeft."

Job

Job 21:1-3
LUISTER TOCH. Job antwoordde Zofar:

  "Luister nu toch naar mij;
  dat zou al een hele troost zijn.
  Je kunt doorgaan met spotten
  wanneer ik ben uitgesproken.

Job 21:4-18
HET GAAT BOOSAARDIGEN VAAK GOED.

  Mijn klacht richt zich toch niet tot mensen, maar tot God.
  Daarom ben ik ook zo ongeduldig.
  Bekijk mij met afschuw
  en sla je hand verschrikt voor de mond.
  Zelf word ik bang als ik hier diep over nadenk.
  De angst krijgt mij dan in zijn greep
  en ik begin te beven.
  Waarom bereiken de goddelozen een hoge leeftijd
  en wordt hun macht steeds groter?
  Tijdens hun leven zien zij hun kinderen en kleinkinderen opgroeien
  en volwassen worden.
  In hun huizen is vrede; angst is voor hen een onbekend gevoel
  en God straft hen niet.
  Hun vee levert voldoende op;
  zij hebben veel kinderen die een gelukkig leven leiden
  en hun kleinkinderen vullen hun tijd met zingen en dansen
  en musiceren op trommel, citer en fluit.
  Zij zijn welgesteld en hoeven zichzelf niets te ontzeggen;
  zelfs wanneer ze sterven, gebeurt dat in alle rust en vrede.
  En dat alles ondanks het feit dat zij God hebben genegeerd
  en niets te maken wilden hebben met Hem en Zijn leefregels.
  ''Wat moeten we met de Almachtige God?' zeggen zij.
  'Waarom zouden wij Hem moeten gehoorzamen?
  Bidden tot Hem levert ons immers niets op?'
  Jullie zeggen dat zij hun welvaart niet in eigen hand hebben,
  daarom wil ik ook niets met hun raad en plannen te maken hebben.

  Hoe vaak gaat het licht van de goddelozen niet plotseling uit
  en treft God hen met rampen en verdriet!
  Dikwijls worden zij als stro door de wind voortgejaagd!
  Rukt de storm hen weg als de kaf van het koren!

Job 21:19-21
ONEERLIJKE STRAF.

  Maar God zal ook hun kinderen straffen!
  Maar volgens mij moet de man die zondigt, zelf door God worden gestraft
  en niet zijn kinderen! Laat hij zelf de straf maar voelen!
  Ja, laat hem voor zijn eigen zonde boeten.
  Laat hem de toorn van de Almachtige maar aan den lijve voelen.
  Want als hij dood is,
  zal hij nooit meer in staat zijn van zijn gezin te genieten.

Job 21:22-26
DOOD IS ONEERLIJK.

  Maar wie kan God, de opperste Rechter, terechtwijzen?
  De een sterft wanneer hij nog gezond is
  en weldoorvoed een rustig en vredig leven leidt.
  De ander sterft in diepe ellende en armoede,
  terwijl hij nooit iets goeds heeft gekend.
  Beiden worden in hetzelfde stof begraven
  en door dezelfde wormen opgegeten.

Job 21:27-33
DOOD GEEN AFDOENDE STRAF.

  Ik weet precies wat jullie nu denken
  en hoe jullie mij nu onrecht willen aandoen.
  Jullie willen mij gaan vertellen over rijke en goddeloze mensen,
  die door hun zonden in het verderf werden gestort.
  Maar dan zeg ik: Vraag het maar eens aan hen die veel hebben gereisd
  en zij zullen jullie hun verhalen vertellen.
  Dat de goddeloze mens op de onheilsdag wordt gespaard
  en aan de toorn weet te ontsnappen.
  Niemand wijst hem in het openbaar op zijn fouten.
  Niemand zet hem zijn misdaden betaald.
  En bij zijn graf wordt een erewacht neergezet.
  Bij zijn begrafenis wordt hij naar de plaats gebracht,
  waar de zachte aarde hem zal bedekken.
  Zo gaat het nu altijd, zo ging het voor hem
  en zo gaat het ook na hem.

Job 21:34
ANTWOORDEN SCHIETEN TEKORT.

Hoe denken jullie mij dan te kunnen troosten met de onzin die jullie uitkramen. Al jullie antwoorden zijn niets dan leugens!"

Download (Het Boek)
Download (Statenvertaling)

De chronologische Bijbel -- september



Met dank aan Biblica en Harvest House Publishers. Nadruk en reproductie verboden.
Voor meer details, lees alsjeblieft onze copyrightvoorwaarden



Copyright © 2002 - 2019 AllAboutGOD.com, Alle rechten voorbehouden.