5 april 

https://www.allaboutgod.com/dutch/de-dood-van-saul-en-jonathan.htm

5 april


1 Sam. 28:4-7,3,8-14 - Endor
HEKS ROEPT SAMUEL OP. De Filistijnen sloegen hun kamp op bij Sunem, terwijl Saul en zijn leger bij Gilboa lagen. Toen Saul het enorme Filistijnse leger zag, werd hij bang en zonk de moed hem in de schoenen. Daarom besloot hij de HERE om raad te vragen. Maar de HERE weigerde hem te antwoorden. Noch door dromen, noch door de Urim , noch door de profeten kwam Saul iets te weten. Hij gaf zijn dienaren toen opdracht een waarzegster op te sporen, zodat hij haar kon vragen wat hij moest doen.
Ondertussen was Samuël overleden en heel Israël rouwde. Hij was begraven in zijn woonplaats Rama. Koning Saul had alle waarzeggers en tovenaars uit het land Israël verbannen.
Zij vonden een waarzegster bij Endor en Saul ging vermomd naar haar toe. Samen met twee van zijn mannen bezocht hij haar 's nachts. "Ik moet met een dode praten", vroeg hij. "Wilt u zijn geest oproepen?"
"Wilt u mij ter dood laten brengen?" wilde de vrouw weten. "U weet toch dat Saul alle waarzeggers en geestenbezweerders heeft verdreven? U bespioneert mij."
Maar Saul zwoer een plechtige eed dat hij haar niet zou verraden.
Tenslotte zei de vrouw: "Nu, wie wilt u dat ik voor u oproep?"
"Breng mij in contact met Samuël", antwoordde Saul.
Toen de vrouw Samuël zag, gilde zij: "U hebt mij bedrogen! U bent koning Saul!"
"Wees niet bang", stelde de koning haar gerust. "Wat ziet u?"
"Ik zie een bovennatuurlijk wezen vanuit de aarde opkomen", was haar antwoord.
"Waar lijkt het op?"
"Het is een oude man, gehuld in een mantel."
Saul besefte dat het Samuël was en boog diep voor hem.

1 Sam. 28:15-25
SAMUELS GEEST PROFETEERT. "Waarom hebt u mij gestoord door mij terug te halen?" vroeg Samuël aan Saul.
"Omdat ik enorme problemen heb", antwoordde hij. "De Filistijnen zijn met ons in oorlog en de HERE heeft mij in de steek gelaten. Hij wil niet meer antwoorden door profeten of dromen; daarom heb ik u laten oproepen om te vragen wat ik moet doen."
Maar Samuël antwoordde: "Wat heeft het voor zin mij te vragen als de HERE u heeft verlaten en uw vijand is geworden? Hij heeft precies dat gedaan wat Hij had gezegd en u het koninkrijk afgenomen om het aan uw broeder David te geven. Dit alles is vandaag over u gekomen, omdat u de aanwijzingen van de HERE niet hebt opgevolgd toen Hij Zijn toorn op Amalek richtte. En bovendien, het hele Israëlische leger zal morgen worden verslagen door de Filistijnen en u en uw zonen zullen hier bij mij zijn."
Na die woorden viel Saul languit op de grond, verstijfd van angst door wat Samuël had gezegd. Hij voelde zich ook slap door de honger, want hij had die hele dag nog niets gegeten.
Toen de vrouw zag hoe angstig hij was, zei zij: "Heer, ik gehoorzaamde uw bevel met gevaar voor mijn eigen leven. Luister nu naar mij en laat mij u wat te eten geven, zodat u weer kracht krijgt voor de terugreis."
Maar hij weigerde te eten. De mannen die hem vergezelden, bleven echter aandringen. Tenslotte stond hij van de grond op en ging op het bed zitten.
De vrouw had een vetgemest kalf. Zij ging snel naar buiten, slachtte het en kneedde deeg, waarvan zij ongezuurde koeken bakte. Zij bracht de maaltijd naar de koning en zijn mannen en zij aten ervan. Daarna stapten ze op en verdwenen in de nacht.

1 Sam. 31:1-10, 1 Kron. 10:1-12 (ca. 1011 v.C.)
OVERLIJDEN VAN SAUL EN JONATHAN. Inmiddels hadden de Filistijnen de strijd aangebonden met Israël. De Israëlitische troepen sloegen op de vlucht en in het gebergte Gilboa vielen vele doden. De Filistijnen zaten Saul op de hielen en doodden zijn zonen Jonathan, Abinadab en Malkisua. Toen Saul door een groep boogschutters werd ingehaald, werd hij vreselijk bang.
Hij zei tegen zijn wapenknecht: "Dood mij met je zwaard, voordat deze heidense Filistijnen mij gevangen nemen en martelen om de spot met mij te drijven."
Maar zijn wapenknecht durfde niet, daarom pakte Saul zijn eigen zwaard en liet zich erin vallen. Toen zijn wapenknecht zag dat Saul dood was, liet hij zich ook in zijn zwaard vallen en stierf met hem. Zo stierven Saul, zijn wapenknecht, zijn drie zonen en zijn mannen op dezelfde dag.
Toen de Israëlieten aan de andere kant van het dal en aan de overkant van de Jordaan hoorden dat hun leger was gevlucht en dat Saul en zijn zonen waren gesneuveld, verlieten zij in allerijl hun woonplaatsen. Deze werden kort daarop door de Filistijnen ingenomen.
Toen de Filistijnen de volgende dag het slagveld afstroopten om de gesneuvelden te plunderen, vonden zij de lijken van Saul en zijn drie zonen in het gebergte van Gilboa. Zij hakten Sauls hoofd af en namen zijn wapenrusting mee. Deze trofeeën stuurden zij naar de tempels van hun afgoden en alle inwoners van hun land. Zijn wapenrusting kreeg een plaats in de tempel van Astarte, zijn lichaam werd aan de muur van Beth-San gehangen.

1 Sam. 31:11-13
LICHAMEN BEGRAVEN. De inwoners van Jabes in Gilead hoorden echter wat de Filistijnen hadden gedaan en stuurden al hun soldaten, die de hele nacht doorliepen naar Beth-San en de lichamen van Saul en zijn drie zonen van de muur haalden. Zij brachten de lijken naar Jabes, waar zij werden verbrand. Daarna begroeven zij de beenderen onder de eikeboom bij Jabes en vastten zeven dagen.

1 Kron. 10:13,14
REDEN VOOR SAULS DOOD. Saul stierf om zijn ongehoorzaamheid aan de HERE en omdat hij een waarzegster had geraadpleegd in plaats van de HERE om leiding te vragen. Daarom doodde de HERE hem en gaf het koninkrijk aan David, de zoon van Isaï.

2 Sam. 4:4
NIEUWS VERWONDT JONATHANS ZOON. Er leefde ook nog een kleinzoon van koning Saul. Hij heette Mefiboseth en was een zoon van Jonathan. Op het moment van de slag bij Jizreël, waarin Saul en Jonathan sneuvelden, was deze Mefiboseth vijf jaar oud. Toen het nieuws over de nederlaag de hoofdstad bereikte, vluchtte de verzorgster met het kind, maar in haar haast viel zij en liet het kind vallen. Zo raakte Mefiboseth verlamd.

2 Sam. 1:1-11
DAVID VERNEEMT VAN OVERLIJDEN. Na de dood van Saul ging David terug naar Ziklag, na de Amalekieten een vernietigende nederlaag te hebben toegebracht. Drie dagen later kwam een soldaat uit het leger van Saul bij David met gescheurde kleren en stof op zijn hoofd als teken van rouw. Hij liet zich voor David op de grond vallen.
"Waar komt u vandaan?" vroeg David hem. "Ik ben één van de weinige overlevenden van het leger van Israël", antwoordde de man.
"Wat is er gebeurd?" vroeg David. "Vertel mij hoe de strijd is verlopen."
De man antwoordde: "Ons hele leger is op de vlucht geslagen. Duizenden mannen liggen dood en gewond op het slagveld en ook Saul en zijn zoon Jonathan zijn gesneuveld."
"Hoe weet u dat zij dood zijn?" vroeg David.
"Omdat ik toevallig op de berg Gilboa was en zag hoe Saul zich in zijn speer stortte, terwijl de vijandelijke strijdwagens hem insloten. Toen hij mij zag, riep hij dat ik naar hem toe moest komen. 'Wie bent u?' vroeg hij.
'Een Amalekiet', antwoordde ik.
'Vooruit, verlos mij uit mijn lijden', smeekte hij, 'want ik lijd vreselijke pijn, maar de dood wil niet komen.'
Daarom doodde ik hem, want ik wist dat hij toch zou sterven. Daarna pakte ik zijn kroon en één van zijn armbanden om die naar u te brengen."
David en zijn mannen scheurden hun kleren van verdriet toen zij dit hoorden.

2 Sam. 1:12-16
BOODSCHAPPER GEDOOD. Zij treurden, huilden en vastten de hele dag om Saul, zijn zoon Jonathan en de mannen van Israël, die die dag waren gesneuveld.
Toen zei David tegen de jongeman die het nieuws had gebracht: "Waar komt u vandaan?"
En hij antwoordde: "Ik ben een Amalekiet."
"Waarom hebt u niet geweigerd de koning te doden? Hij was immers een gezalfde van de HERE!" wilde David weten.
Direct daarop beval hij één van zijn jonge mannen: "Dood hem!" Deze deed dat. "Dat is uw verdiende loon", zei David, "want u zei zelf dat u de door God gezalfde koning hebt gedood."

2 Sam. 1:17-27
DAVIDS KLAAGZANG. En David schreef een klaaglied voor Saul en Jonathan, waarna hij opdracht gaf dat het aan alle mensen in Juda moest worden geleerd. De tekst hiervan is opgenomen in het Boek van de Oprechten.

  "Och Israël, uw trots en vreugde liggen levenloos op de heuvels;
  machtige helden zijn gevallen.

  Vertel het niet aan de Filistijnen,
  want het zou hun plezier doen.
  Verberg het voor de steden Gath en Askelon,
  zodat de heidense volken geen leedvermaak zullen hebben.

  O bergen van Gilboa,
  laat geen regen of dauw meer op u vallen
  en laat de graanoogst niet meer rijpen op uw hellingen.
  Want de machtige Saul is op die plaats gedood.
  Het schild van Gods uitverkoren koning is daar weggeworpen.
  Vele vijanden verloren hun leven
  en helden werden geveld:
  Jonathans boog en Sauls zwaard misten hun doel nooit.

  Wat waren zij geliefd en bemind,
  Saul en Jonathan!
  Samen leefden zij en samen stierven zij.
  Zij waren sneller dan arenden
  en sterker dan leeuwen.

  Huil nu om Saul,
  vrouwen van Israël.
  Hij maakte u rijk met prachtige kleren
  en gouden sieraden.

  Deze moedige helden sneuvelden in het heetst van de strijd.
  Jonathan stierf in de heuvels.
  Ik huil om u, mijn broeder Jonathan.
  Wat hield ik veel van u!
  Uw liefde voor mij was niet te vergelijken met de liefde van vrouwen!

  Helaas, onze helden zijn gevallen.
  Beroofd van hun wapens verloren zij hun leven."

Download (Het Boek)
Download (Statenvertaling)

De chronologische Bijbel -- april



Met dank aan Biblica en Harvest House Publishers. Nadruk en reproductie verboden.
Voor meer details, lees alsjeblieft onze copyrightvoorwaarden



Copyright © 2002 - 2019 AllAboutGOD.com, Alle rechten voorbehouden.