14 december 

https://www.allaboutgod.com/dutch/brief-aan-de-colossenzen.htm

14 december


Brief aan de Colossenzen

Gedurende deze twee jaren van huisarrest, waarvan in het algemeen wordt aangenomen dat deze plaatsvonden van ongeveer 61 tot 63 na Christus, schrijft Paulus vier brieven die nu bekendstaan als de Gevangenisbrieven. Twee van deze brieven, de brief aan de Colossenzen en de brief aan Filémon, zijn waarschijnlijk gelijktijdig geschreven. Hoewel Paulus de stad Colosse zelf nooit heeft bezocht, predikt een van zijn medewerkers, Epafras genaamd, in de steden Colosse, Laodicea en Hiërapolis. Epafras heeft Paulus kennelijk op de hoogte gebracht van het heidense secularisme dat de gemeenten in die regio bedreigt.
In het heidendom wordt deugdzaamheid niet gekoppeld aan godsdienst. Heidense rituele praktijken worden uitgevoerd om demonen en boze voorouders af te weren, niet om een beter mens te worden. Paulus ziet in dat deze kijk op religie zelfs de Christelijke aanbidding kan beïnvloeden als mensen zich slaafs toeleggen op zogenaamde geestelijke standaarden, maar niet begrijpen dat het erom gaat dat mensen naar de gelijkenis van Christus worden getransformeerd. Voor Paulus betekent het Christelijke leven meer dan het eenvoudigweg opgeven van slechte gewoonten. Het gaat om het verwerven van een nieuwe gezindheid, wat voortkomt uit een concentratie op het hart en de gezindheid van Jezus Christus, die -zoals Paulus zegt- het beeld is van de onzichtbare God. Alleen een mens met de gezindheid van Christus kan de wereldse zonden werkelijk overwinnen en een leven leiden dat het spoor van de Heilige Geest volgt.

Col. 1:1,2
GROET. Van: Paulus, door God aangesteld als apostel van Christus Jezus, en Timotheüs, de broeder.

Aan: De broeders in Colosse, die trouw en in geloof Christus volgen.

Wij wensen u de genade en vrede toe van God, onze Vader.

Col. 1:3-8
DANKBAARHEID VOOR HUN GELOOF. Altijd als wij voor u bidden, danken wij God, Die de Vader is van onze Here Jezus Christus. Want wij hebben gehoord dat u op Christus Jezus vertrouwt en ook uw medegelovigen liefhebt. Deze liefde komt voort uit de verwachting die u hebt van de toekomst, die u in de hemel wacht. U ziet uit naar die hemelse vreugde sinds u de waarheid, het goede nieuws, gehoord hebt. Dit goede nieuws heeft overigens niet alleen u bereikt; het gaat over de hele wereld. Overal worden er mensen door veranderd, net als u sinds u van Gods genade hebt gehoord en deze als waarheid erkend hebt. U hebt het gehoord van onze medewerker Epafras, die bij ons erg geliefd is; hij is ook een trouw dienaar van Christus. Hij heeft ons verteld hoe groot de liefde is, die u door de Heilige Geest hebt ontvangen.

Col. 1:9-14
GEBED VOOR DE COLOSSENZEN. Daarom blijven wij, sinds wij dat hebben gehoord, steeds voor u bidden. Wij vragen God u te laten begrijpen wat Hij wil dat u doen zult. Wij vragen voor u om wijsheid en geestelijk inzicht, opdat u tot eer van de Here zult leven en doet wat Hem aangenaam is. Hoe beter u God leert kennen, hoe vruchtbaarder uw leven zal zijn. Ook vragen wij Hem u te sterken met Zijn geweldige, hemelse kracht, opdat u alles blij kunt verdragen; en wij danken Hem dat Hij u in staat stelt om te delen in de heerlijke erfenis, die toebehoort aan Zijn volk dat in het licht leeft. Want God heeft ons bevrijd uit de macht van de duisternis en ons een plaats gegeven in het koninkrijk van Zijn Zoon, Die Hij liefheeft. Hij kocht onze vrijheid met Zijn bloed en daardoor ontvingen wij vergeving voor al onze zonden.

De voortreffelijkheid van Christus

Col. 1:15-20
DE PERSOON VAN CHRISTUS. In de persoon van Christus is de onzichtbare God zichtbaar geworden. Hij was er al voordat God aan de schepping begon. Christus Zelf heeft alles in de hemelen en op aarde geschapen, al het zichtbare en onzichtbare. Koningen en wereldheersers, regeringen en andere autoriteiten, alles is door Christus gemaakt tot Zijn eer. Hij was er al voordat er iets bestond en alles wat bestaat, is er dank zij Hem. Hij is het hoofd van de Gemeente, Zijn lichaam. Hij is het begin van alles en ging ons als eerste voor in de opstanding uit de dood. In alles is Hij de eerste. Want God had besloten met Zijn hele wezen in Zijn Zoon te wonen. Door Zijn Zoon heeft God een altijddurende vrede gesticht tussen Zichzelf en alles wat in de hemelen en op aarde is. Doordat Christus Zich aan het kruis heeft opgeofferd en Zijn bloed heeft gegeven, is er verzoening met God.

Col. 1:21-23
RELATIE MET CHRISTUS. Dat geldt ook voor u, die vroeger zo ver van God verwijderd was. U leefde als vijand van Hem. Dat bleek uit de slechte dingen die u dacht en deed. God heeft alles met u goedgemaakt. Hij heeft dit gedaan door de dood aan het kruis van Zijn eigen menselijk lichaam. Als gevolg daarvan heeft Christus u in de dichte nabijheid van God gebracht. De enige voorwaarde is dat u deze waarheid met uw hele hart gelooft en er standvastig in blijft. Dat u sterk bent in de Here en vast overtuigd van het goede nieuws, dat Jezus voor u gestorven is. Dit geweldige nieuws gaat de hele wereld door en ik heb mijn leven ten dienste ervan gesteld.

Col. 1:24-29
CHRISTUS VERKONDIGEN. Ik ben blij dat ik nu voor u lijden moet ondergaan, omdat ik op die manier in mijn lichaam iets mag voelen van de pijnen die Christus terwille van Zijn Gemeente heeft geleden. God heeft mij immers opgedragen de Gemeente te dienen, door haar bekend te maken met de geweldige rijkdom van Zijn Woord. Dat heeft God door de eeuwen heen verborgen gehouden, maar nu bekendgemaakt aan hen die Hem liefhebben en voor Hem willen leven. Hij wilde dat zij zouden weten wat een rijk en prachtig geheim Hij voor alle volken heeft. Dit is het geheim: Dat Christus in uw hart wil leven. Hij is uw hoop op Gods heerlijkheid.
Waar wij ook komen, vertellen wij de mensen over Christus. Wij waarschuwen en onderwijzen hen in alle wijsheid. Wij willen graag ieder mens aan God voorstellen, volmaakt door wat Christus voor hem gedaan heeft. Dit is mijn werk. Ik kan dat alleen maar doen doordat ik van Christus de kracht daarvoor krijg.

Col. 2:1-5
BEZORGDHEID OM HUN GELOOF. U moet weten wat 'n zware gebedsstrijd ik voor u en voor de christenen van Laodicea voer en voor alle anderen met wie ik nog niet persoonlijk heb kennis gemaakt. Ik bid God dat u bemoedigd zult worden en door sterke liefde aan elkaar verbonden blijft. En dat u de rijke ervaring zult hebben van het kennen van Christus. Want Gods geheim, dat Hij nu tenslotte heeft bekendgemaakt, is Christus Zelf. Al de schatten van wijsheid en kennis zijn in Hem verborgen. Ik zeg dit om te voorkomen dat men u door mooie woorden misleidt. Al ben ik lichamelijk ver weg, in mijn geest ben ik bij u. Ik zie met blijdschap hoe ordelijk het bij u toegaat en hoe sterk uw geloof in Christus is.

Col. 2:6-8
WAARSCHUWING TEGEN VALS ONDERRICHT. Daarom moet u, die Jezus Christus als uw Here hebt ontvangen, in het dagelijks leven een met Hem blijven. Met uw wortels diep in Hem verankerd, moet u uw leven door Hem laten opbouwen. Blijf in geloof vasthouden aan wat u over Hem hebt geleerd en laat uw hart daarbij overvloeien van dankbaarheid.
Wees altijd op uw hoede. Laat u niet misleiden door mensen die met hun filosofieën en verleidelijk gepraat proberen u weer tot een slaaf van menselijke tradities te maken. Die filosofieën zijn hun ingegeven door de geesten van deze wereld en niet door Christus.

Col. 2:9-15
CHRISTUS IS VOLDOENDE. Want in Hem woont het hele wezen van God in een menselijke gedaante. In Christus bent u dus volmaakt, want Hij is de hoogste heerser en autoriteit over elke andere macht. In Hem hebt u ook een besnijdenis ondergaan. Natuurlijk niet lichamelijk, maar geestelijk. Want Hij heeft u door Zijn Geest bevrijd van de macht van de zonde, die in uw lichaam heerst. U bent in de doop met Christus begraven. Maar door het geloof in de macht van God, Die ook Hem heeft opgewekt uit de dood, bent u nu met Hem opgestaan en hebt u nieuw leven ontvangen.
U was dood door uw ongehoorzaamheid aan God en de macht van de zonde leefde nog in u. Maar nu heeft Hij u samen met Christus levend gemaakt en al uw overtredingen vergeven. Hij heeft ons strafblad dat tegen ons getuigde (de lijst met regels waaraan we ons niet hebben gehouden) verscheurd. Dat bewijs heeft Hij vernietigd door het aan het kruis te slaan. Op die manier ontnam God de duivel en zijn trawanten volledig hun macht. Hij heeft hen in het openbaar te kijk gezet en daarmee laten zien dat zij door het kruis van Christus overwonnen en verslagen zijn.

Werelds en geestelijk gedrag

Col. 2:16-19
CHRISTUS MOET BRANDPUNT ZIJN. Laat u dus door niemand bekritiseren over wat u eet of drinkt. En of u zich al of niet aan feestdagen en rustdagen moet houden. Dit soort dingen zijn immers maar tijdelijk. Zij zijn slechts een schaduw van toekomstige zaken. Maar ons lichaam behoort aan Christus toe. Laat u niet wijsmaken dat u verloren bent als u geen engelen wilt vereren. Wie dat beweren, denken recht van spreken te hebben omdat ze een visioen hebben gehad. Het enige wat die trotse mensen hebben (ook al beweren zij nederig te zijn) is een rijke fantasie! Zij houden zich niet aan Christus, het hoofd van het Lichaam, de Gemeente, dat met gewrichten en pezen door Hem wordt bijeengehouden. Alleen door met Hem verbonden te blijven, kan de Gemeente groeien zoals God het wil.

Col. 2:20-23
DOCTRINES DIE DE GEEST ONTBEREN. Als u nu dus met Christus gestorven bent, bestaat u niet meer voor de geesten van deze wereld; hoe is het dan mogelijk dat u zich toch, net alsof er niets gebeurd is, weer regels laat opleggen van: 'blijf af', 'eet dat niet' en 'raak dat niet aan'. Zulke regels zijn door mensen bedacht. In de loop der tijd veranderen die steeds weer. Die regels lijken wel heel mooi en wijs, maar het is een zelfgemaakte godsdienst. Zij vragen heel wat vroomheid, vernedering en zelfkastijding. Zij zijn waardeloos en bevredigen alleen het gevoel van eigenwaarde.

Col. 3:1-4
GEESTELIJK ZIJN. Nu u met Christus bent opgestaan uit de dood, moet u zich bezighouden met hemelse zaken. Want Christus zit daar nu op de allerhoogste plaats aan de rechterhand van God. Richt daarom uw gedachten op de dingen van de hemel en niet op die van de aarde. U bent immers al gestorven en uw leven is nu, samen met Christus, verborgen in God. Eens wanneer Christus, Die ons leven is, zichtbaar voor iedereen zal terugkomen, zal blijken dat ook u deel hebt aan Zijn glorierijke macht.

Col. 3:5-11
LEVENS MOETEN VERANDERD WORDEN. Weg dan met alle aardse zonden, zoals sexuele zonden, vuiligheid, hartstocht, slechte verlangens en hebzucht. Door altijd maar meer te willen hebben, aanbidt u een afgod. Gods vreselijke straf komt over hen, die deze dingen doen. Vroeger, voor uw bekering, deed u deze dingen ook, maar nu mag er bij u geen sprake meer zijn van bitterheid, woede en boosaardigheid, van roddel en vuile taal. Lieg niet tegen elkaar; dat hoorde bij uw oude leven, waarmee u hebt afgerekend. Maar nu bent u een nieuwe mens, die nog steeds groeit en God beter leert kennen. Zo zult u meer en meer gaan lijken op God, Die u heeft gemaakt. In dit nieuwe leven is het van geen enkel belang van welke nationaliteit of ras u bent en evenmin welke opleiding of maatschappelijke positie u hebt. Het gaat om Christus, Die alles in allen is.

Col. 3:12-17
CHRISTUS 'AANTREKKEN'. Omkleed u, omdat God u heeft uitgekozen en zoveel van u houdt, zelf ook met innerlijk medeleven, goedheid, nederigheid, zachtaardigheid en geduld. Verdraag en vergeef elkaar als iemand iets tegen u heeft. Volg hierin het voorbeeld van Christus, Die u zonder meer vergeven heeft. Waar het op aankomt, is dat u zich laat leiden door de liefde, want dan zal de Gemeente in volmaakte harmonie bijeenblijven.
Laat de vrede van God uw harten beheersen. God wil dat zo, opdat u één bent in het Lichaam van Christus. Wees daarom dankbaar. Laat uw hart vol zijn van Christus' woord. Zijn woorden zullen uw leven verrijken en u wijsheid geven. Leer ze aan elkaar, wijs elkaar ermee terecht en zing erover in psalmen, lofgezangen en geestelijke liederen. Zing zo met een dankbaar hart voor de Here. Wat u ook zegt of doet, doe het in de naam van de Here Jezus en dank ook God, de Vader, in Zijn naam.

In persoonlijke relaties als Christus zijn

Col. 3:18-21
IN HET GEZIN. Vrouwen, voeg u naar uw man, want dat is wat de Here van u verwacht.
En mannen, wijd u met liefde aan uw vrouw; behandel haar niet grof of onverschillig.
Kinderen, jullie moeten gehoorzaam zijn aan je vader en moeder, want dat vindt de Here goed.
Vaders, misbruik tegenover uw kinderen uw macht niet, want dan ontneemt u hun alle moed.

Col. 3:22-4:1
MEESTERS EN SLAVEN. Slaven moeten hun meesters altijd gehoorzamen. Probeer het hun niet alleen naar de zin te maken als zij op u letten, maar voortdurend met een bereidwillige houding en ontzag voor God. Wat u ook doet, doe alle werk met plezier, alsof het voor de Here is en niet voor mensen. U weet immers dat de Here u zal belonen met een deel van de erfenis, want u dient de Christus als Here. Maar wie iets slechts doet, krijgt het zelf weer terug. Want voor God zijn alle mensen gelijk.
Meesters, behandel uw slaven goed en eerlijk. Denk eraan dat ook u een Heer in de hemel hebt.

Afsluitende gedachten

Col. 4:2-4
OPROEP TOT GEBED. Blijf altijd bidden. Verslap daarin niet en toon de Here uw dankbaarheid. Vergeet niet daarbij ook voor ons te bidden. Vraag God of Hij het woord dat wij doorgeven, duidelijk wil maken aan de mensen, zodat zij het geheim van Christus zullen begrijpen. Daarvoor zit ik nu immers ook in de gevangenis. Dan zal ik in staat zijn het duidelijk over te dragen, zoals ook mijn opdracht is.

Col. 4:5,6
BEHOEDZAAMHEID GEBODEN. Gedraag u wijs tegenover de ongelovigen en gebruik elke gelegenheid om hun het goede nieuws door te geven. Wees in uw spreken vriendelijk en verstandig en zorg ervoor dat u iedereen een goed antwoord geeft.

Col. 4:7-9
RAPPORTAGE ZAL VOLGEN. Mijn goede vriend en broeder Tychicus, een trouwe werker die samen met mij de Here dient, zal u vertellen hoe het met mij gaat. Ik stuur hem daartoe speciaal naar u toe en ook om te zien hoe het met u gaat en om u te troosten en te bemoedigen. Onésimus, ook een trouwe broeder, die bij u hoort, komt met hem mee. Zij zullen u precies vertellen hoe het hier gaat.

Col. 4:10-17
GROETEN VAN BROEDERS. U moet de hartelijke groeten hebben van Aristarchus, mijn medegevangene, en van Markus, de neef van Barnabas. Ik heb u al eerder gevraagd om als Markus naar u toekomt, hem met open armen te ontvangen. Verder doet Jezus, ook wel Justus genoemd, u de groeten. Deze drie zijn de enige Joodse gelovigen, die hier met mij meewerken. Zij zijn een enorme steun voor mij geweest! Epafras laat u ook groeten. Hij hoort bij u en is een goed dienaar van Christus Jezus. Hij spant zich echt voor u in door altijd vurig te bidden dat u sterke en volwassen gelovigen mag worden, die uitsluitend willen doen wat God van hen verlangt. Ik ben er getuige van dat hij erg veel moeite voor u doet en vurig voor u bidt en ook voor de gelovigen van Laodicea en Hiërapolis. Onze geliefde dokter Lukas laat u ook groeten, evenals Demas. Wilt u namens mij de gelovigen te Laodicea groeten, in het bijzonder Nymfas en de gemeente die in zijn huis samenkomt?
Als deze brief bij u is voorgelezen, laat hem dan ook in de gemeente van Laodicea voorlezen. En zorg ervoor dat u ook de brief leest die ik aan hen gestuurd heb.
Zeg tegen Archippus: "Zorg dat u de taak die de Here u heeft gegeven, goed uitvoert."

Col. 4:18
ZEGENING. Nu schrijf ik persoonlijk nog een laatste groet. Vergeet niet dat ik gevangen zit. De genade zij met u.

Brief aan Filémon

Zoals Paulus aangeeft, zal de brief aan de Colossenzen door Tychicus en Onésimus worden bezorgd. Een andere brief, die vooral voor Onésimus van belang is, wordt ook meegestuurd. Voordat Onésimus naar Rome kwam en door Paulus bekeerd werd, was hij een slaaf van een Christen, Filémon genaamd. Onésimus (wiens naam “nuttig” betekent) was van Filémon gevlucht en had toen kennelijk geld of eigendommen van zijn meester meegenomen. Paulus schrijft Filémon nu een brief ter wille van Onésimus en vraagt hem om Onésimus als een broer in Christus terug te nemen. Deze brief geeft enorm veel inzicht in de persoonlijke relaties tussen Christenen en belicht de vrijheden die verkregen worden wanneer iemand een slaaf van Christus wordt.

Filémon 1-3
GROET. Van: Paulus, die in de gevangenis zit omdat hij het goede nieuws van Jezus Christus heeft bekendgemaakt, en van onze broeder Timotheüs.

Aan: Filémon, onze medewerker. Wij schrijven niet alleen aan u persoonlijk, maar ook aan onze zuster Apfia, aan onze medestrijder Archippus en aan heel de gemeente die in uw huis samenkomt.

Wij wensen u de genade en vrede van God, onze Vader, en van onze Here Jezus Christus toe.

Filémon 4-7
LIEFDE VAN PAULUS VOOR FILEMON. Als ik voor u bid, dank ik God telkens weer, want ik hoor dat u de Here trouw bent en dat u uw medechristenen liefhebt. Ik bid ook dat er van uw geloof kracht mag uitgaan en dat het mag doorwerken in veel goeds, dat Christus in ons bewerkt en waarnaar wij uitzien. Uw liefde heeft mij veel troost en blijdschap gegeven, broeder; uw vriendelijkheid heeft vele christenen goed gedaan.

Filémon 8-14
SMEEKBEDE TER WILLE VAN ONESIMUS. Nu wil ik u een gunst vragen; ik zou het namens Christus van u kunnen eisen omdat het uw plicht is, maar terwille van de liefde geef ik er de voorkeur aan het u dringend te vragen. Ik, Paulus, ben nu een oude man en zit hier terwille van Jezus Christus in de gevangenis. Ik smeek u mijn kind Onésimus vriendelijk te behandelen; ik heb hem tijdens mijn gevangenschap als kind voor de Here gewonnen. Onésimus is u tot nu toe niet van veel nut geweest, maar vanaf nu zal hij zowel u als mij van veel nut zijn.
Ik stuur hem naar u terug. Ik wil dat u weet dat hij mij heel na aan het hart ligt. Ik wilde hem eerst bij mij houden, terwijl ik hier gevangen zit, omdat ik het goede nieuws heb bekendgemaakt. Dan zou u, door hem, mij een grote dienst hebben bewezen, maar ik wilde het niet zonder uw toestemming doen. U kunt alleen maar goed doen uit vrije wil en niet onder dwang.

Filémon 15-17
ONESIMUS' TERUGKEER ALS BROER. Misschien kunt u het zo bekijken: U bent hem een tijdje kwijt geweest, maar nu kan hij voor altijd van u zijn, niet alleen als uw slaaf, maar ook als uw geliefde broeder, die een speciaal plekje in mijn hart heeft. Is dat niet veel beter? Hij zal nu veel meer voor u betekenen, omdat hij niet alleen uw slaaf maar ook uw broeder in Christus is.
Als ik werkelijk uw vriend ben, ontvang Onésimus dan even hartelijk als u mij zou ontvangen.

Filémon 18-20
AANBOD OM VERLIEZEN TE VERGOEDEN. En als hij u tekort heeft gedaan of u iets schuldig is, reken het mij dan aan. Ik zal het u terugbetalen. Dat garandeer ik, Paulus, hier met mijn eigen handschrift. En dan wil ik niet eens praten over wat u mij schuldig bent! U bent mij uzelf schuldig! Ja, broeder, maak mij blij door deze daad van liefde; dan zal mijn hart in Christus verkwikt worden en de Here prijzen.

Filémon 21,22
PAULUS HOOPT FILEMON TE ONTMOETEN. Ik heb u deze brief geschreven omdat ik ervan overtuigd ben dat u zult doen wat ik u vraag en zelfs meer! Houd een logeerkamer voor mij klaar, want ik hoop dat God uw gebeden zal verhoren, zodat ik binnenkort als vrij man naar u toe zal kunnen komen.

Filémon 23-25
GROETEN EN ZEGENING. U moet de groeten hebben van Epafras, die ook bij mij in de gevangenis zit, omdat hij Christus Jezus heeft bekendgemaakt. Ook mijn medewerkers Markus, Aristarchus, Demas en Lukas groeten u.

Ik wens u toe dat uw geest door de genade van de Here Jezus Christus gesterkt zal worden.

Download (Het Boek)
Download (Statenvertaling)

De chronologische Bijbel -- december



Met dank aan Biblica en Harvest House Publishers. Nadruk en reproductie verboden.
Voor meer details, lees alsjeblieft onze copyrightvoorwaarden



Copyright © 2002 - 2019 AllAboutGOD.com, Alle rechten voorbehouden.