5 september


Ezechiëls visioen van de grote tempel

Er zijn twaalf jaar verstreken sinds Ezechiël voor het laatst woorden van de Heer heeft opgeschreven. Ezechiël lijkt gewoon verder te gaan met zijn eerdere futuristische visioen, waarin hij nu de grote tempel ziet. Het visioen doet op vele manieren (vooral de aandacht voor details) denken aan twee eerdere beschrijvingen; één van de tabernakel in de woestijn en één van Salomo's magnifieke tempel in Jeruzalem. De gelijkenis suggereert dat de wederopbouw van de verwoeste tempel voor het volk van Israël een van de belangrijkste kenmerken is van hun toekomstige herstel. Ezechiëls profetie moet dit troosteloze volk wel nieuwe hoop geven. Toch wijst zijn visioen op dingen die veel later zullen plaatsvinden dan het herstel van het land en de wederopbouw van de tempel. Dit wordt duidelijk wanneer de herbouwde tempel niet de uiterlijke schoonheid blijkt te hebben van de oude tempel. Het is ook duidelijk dat de afmetingen van de grote tempel die hier beschreven wordt veel grootschaliger zijn dan enig bouwwerk dat gebouwd zou kunnen worden in de stad Jeruzalem.
Er bestaan eveneens belangrijke verschillen met betrekking tot de religieuze diensten in de grote tempel. De ark van het verbond, de gouden kandelaar, het toonbrood en het voorhangsel zijn bijvoorbeeld niet aanwezig. Er wordt geen Wekenfeest en zelfs geen Grote Verzoendag, het allerheiligste van alle feesten, gevierd. Noch zullen de Levieten dienen zoals zij dat onder de Wet van Mozes deden. Er zullen nog steeds priesters zijn, maar er is geen hogepriester. In plaats daarvan zal er een “vorst” zijn, of een opeenvolging van “vorsten”, die als vertegenwoordiger van het volk offergaven zal brengen. Wat Ezechiël getoond zal worden is heel anders dan wat hij en zijn volk tot op dit moment gekend hebben.
Net als in het begin van zijn bediening wordt Ezechiël opnieuw door de hand van de Heer mee naar het land Israël genomen. Daar wordt hem op een symbolische manier de nieuwe tempel, de aanbidding, de vieringen, de dienaars en priesters, de wetten en de verdeling van het omliggende land getoond.

Ezec. 40:1-4 (572 v.C.)
EZECHIEL NAAR ISRAEL GELEID. Op de tiende dag van de maand in het vijfentwintigste jaar van onze ballingschap (veertien jaar na de val van Jeruzalem) rustte de kracht van de HERE op mij. In een visioen nam Hij mij mee naar het land Israël. Hij zette mij op een hoge berg, waar ik in zuidelijke richting iets meende te zien dat op een stad leek. Toen de HERE mij dichterbij bracht, zag ik een man met een gezicht dat glansde als koper in de opening van de tempelpoort staan. In zijn hand had hij een koord en een maatlat. Hij zei tegen mij: "Mensenzoon, kijk toe en luister goed; neem alles wat Ik u laat zien in u op. Want u bent hier gebracht omdat Ik u vele dingen wil laten zien. Daarna moet u teruggaan naar het volk Israël en alles vertellen wat u hebt gezien."

Ezec. 40:5-16
OOSTELIJKE POORT. De man begon de muur rond het tempelgebied op te meten met zijn meetlat, die 2,70 meter lang was. Hij vertelde mij: "Deze muur is net zo hoog als hij dik is: 2,70 meter."
Toen kwam hij bij de poort in de oostelijke muur. Hij ging de trappen op en mat de breedte van de ingang: 2,70 meter. Op de gang van de poort kwamen wachtersverblijven uit, die 2,70 meter in het vierkant maten. De afstand tussen de verblijven bedroeg 2,25 meter. Bij de drempel van het voorportaal van de poort was de breedte 2,70 meter.
Het voorportaal zelf was aan de binnenkant ook 2,70 meter breed. De lengte bedroeg 3,60 meter en de doorsnee van de muurpilaren was negentig centimeter.
Aan weerszijden van de gang lagen drie wachtverblijven, alle met dezelfde afmeting. Ook de muurpilaren hadden alle dezelfde doorsnede. Vervolgens mat hij de totale breedte van de ingang van de poort op: 4,50 meter. De hoogte bedroeg 5,85 meter. Voor de wachtverblijven bevonden zich balustrades, die aan weerszijden 45 centimeter breed waren. Zoals gezegd, waren de verblijven 2,70 meter in het vierkant. Ook mat hij langs het dak de breedte op van de gang van het wachtverblijf aan de ene kant tot aan het tegenoverliggende verblijf: 11,25 meter. Toen mat hij de totale lengte van de gang vanaf de pilaren voor de ingang tot aan de pilaren bij de uitgang, die de begrenzing vormden van de voorhal bij het tempelplein: 27 meter. Van poort tot poort was de lengte 22,50 meter. Aan beide zijden van de gang en langs de muren van de wachtverblijven zaten vensters, die naar binnen toe smaller werden. Die vensters zaten ook in de vertrek en aankomsthallen. De muurpilaren waren versierd met palmmotieven.

Ezec. 40:17-19
BUITENSTE VOORHOF. Zo liepen wij door de gang naar de buitenste voorhof. Langs de muren liep een stenen voetpad en tegen de muren waren dertig kamers gebouwd, met hun ingangen aan het voetpad. Dit werd het 'lage voetpad' genoemd. Het voetpad stak, vanaf de muren, net zover de voorhof in als de toegang van de poort. Toen mat hij de afstand tussen deze muur en de muur aan de andere kant van de voorhof (deze ruimte werd de buitenste voorhof van de tempel genoemd) en kwam op een afstand van 45 meter.

Ezec. 40:20-23
NOORDELIJKE POORT. Hierna volgde ik hem van de oostelijke poort naar die in de noordelijke muur, die hij ook mat. Ook hier lagen aan weerszijden drie wachtverblijven en de afmetingen waren gelijk aan die van de oostelijke gang: 22,50 meter lang en 11,25 meter breed, gemeten van weerszijden over de bovenkant van de wachtverblijven. Ook hier waren vensters, een voorportaal en palmmotieven, net als aan de oostkant. En er waren zeven treden naar de ingang van het voorportaal. Ook hier aan de noordkant (net als aan de oostkant) kwam men, als men door de gang naar de buitenste voorhof liep en dan rechtdoor de voorhof overstak, bij een gang van een binnenmuur die de buitenste voorhof scheidde van een andere voorhof. De afstand tussen beide gangen bedroeg 45 meter.

Ezec. 40:24-27
ZUIDELIJKE POORT. Toen nam hij mij mee naar de zuidelijke poort en mat daar de diverse ruimtes van de gang op. Ook deze waren precies gelijk aan die van de twee andere poorten. Evenals de andere had hij vensters in de muren en een voorportaal. En net als de andere was hij 22,50 meter lang en 11,25 meter breed. Ook hier leidde een trap van zeven treden naar de ingang en waren de pilaren versierd met palmmotieven. Als men door de toegang liep en de voorhof recht overstak, kwam men ook voor de toegang van de binnenste voorhof te staan. De afstand was ook hier 45 meter.

Ezec. 40:28-37
POORTEN NAAR BINNENSTE VOORHOF. Toen nam hij mij mee naar de zuidelijke gang in de binnenste muur. Hij mat deze gang op en kwam tot de slotsom dat deze dezelfde afmetingen had als de doorgangen in de buitenste muur. De wachtverblijven, pilaren en het voorportaal waren precies gelijk aan de andere en dat gold eveneens voor de vensters in de muren en de ingang. Evenals de andere was ook deze gang 22,50 meter lang en 11,25 meter breed. Het enige verschil was dat de trap naar de ingang acht in plaats van zeven treden telde. De pilaren waren versierd met palmmotieven, net als de andere.
Toen nam hij mij door de voorhof mee naar de oostelijke gang in de binnenste muur en die mat hij ook op. Ook hier weer dezelfde afmetingen als bij de andere. De wachtverblijven, pilaren en het voorportaal waren hier van dezelfde grootte als die in de andere gangen en in de muren en de hal zaten eveneens vensters. De lengte van deze gang was ook 22,50 meter bij een breedte van 11,25 meter. Het voorportaal keek uit op de buitenste voorhof en de pilaren waren versierd met palmmotieven, maar de trap naar de ingang had ook hier acht treden (niet zeven, zoals bij die in de buitenste muur).
Hierna volgde ik hem naar de noordelijke gang in de binnenste muur en ook hier leverden zijn metingen dezelfde resultaten op: de wachtverblijven, pilaren en het voorportaal waren gelijk aan de andere, met een lengte van 22,50 meter en een breedte van 11,25 meter. Het voorportaal keek uit op de buitenste voorhof en de muurpilaren aan weerszijden van de gang waren versierd met palmmotieven. De ingang kon men bereiken via een trap met acht treden.

Ezec. 40:38-43
VERTREKKEN VOOR VOORBEREIDINGEN. Maar hier was een deur in het voorportaal, die leidde naar een zijvertrek, waar het vlees voor de offers werd gewassen voordat het naar het altaar werd gebracht. Aan beide zijden van het voorportaal stonden twee tafels waar de offerdieren (bestemd voor de brand-, zond- en schuldoffers) werden geslacht om daarna in de tempel te worden aangeboden. Buiten het portaal, aan weerszijden van de trap die naar de noordelijke ingang leidde, stonden nog twee tafels. In totaal waren er dus acht tafels, vier binnen en vier buiten, waar de offers werden geslacht en klaargemaakt. Bovendien waren er nog vier stenen tafels, waarop de slagersmessen en andere gereedschappen konden worden neergelegd. Deze tafels waren 67,5 centimeter in het vierkant en 45 centimeter hoog. Aan de muur van het portaal hingen haken van 7,5 centimeter lang en op de tafels kon het offervlees worden neergelegd.

Ezec. 40:44-46
VERTREKKEN VOOR PRIESTERS. In de binnenste voorhof stonden twee gebouwtjes die slechts één kamer telden. Het ene stond naast de noordelijke ingang en keek uit naar het zuiden, het andere stond naast de zuidelijke poort en keek uit in noordelijke richting. En hij zei tegen mij: "Het gebouw naast de binnenste noordelijke poort is voor de priesters, die in de tempel dienst doen. Het gebouw naast de binnenste zuidelijke poort is voor de priesters, die dienst doen bij het altaar (de nakomelingen van Zadok) want zij zijn de enige Levieten die in de nabijheid van de HERE mogen komen om Hem te dienen."

Ezec. 40:47
HOF EN ALTAAR. Toen mat hij de binnenste voorhof op en kwam tot de slotsom dat deze 45 meter lang en breed was. In die voorhof stond vóór de tempel het altaar.

Ezec. 40:48,49
VOORPORTAAL. Toen bracht hij mij naar het voorportaal van de tempel. Tien treden leidden vanaf de voorhof omhoog naar die ingang. De muren hiervan rezen in de vorm van pilaren aan beide zijden op en waren 2,25 meter dik. De ingang had muren met een breedte van 40:1,35 meter. Het hele voorportaal was negen meter lang en 4,95 meter breed.

Ezec. 41:1,2
CENTRALE TEMPELRUIMTE. Hierna bracht hij mij naar de centrale ruimte van de tempel en mat de pilaren op die de toegang vormden. Zij waren 2,70 meter in doorsnee. De ingang van de hal was 4,50 meter breed en ruim 41:2,25 meter diep. De centrale ruimte zelf was achttien meter lang en negen meter breed.

Ezec. 41:3,4
HEILIGE DER HEILIGEN. Toen ging hij de kamer aan het einde van de centrale ruimte binnen en mat de pilaren die daar bij de ingang stonden. Deze waren negentig centimeter dik en de toegang was 2,70 meter breed met een gang van 3,15 meter diep erachter. De kamer zelf was negen meter lang en negen meter breed. "Dit", vertelde hij mij, "is het Heilige der Heiligen."

Ezec. 41:5-12
ZIJVERTREKKEN. Toen mat hij de muur van de tempel en kwam op een muurdikte van 2,70 meter, met een rij vertrekken langs de buitenkant. Elk vertrek was 1,80 meter breed. Deze vertrekken waren verdeeld over drie verdiepingen boven elkaar, van elk dertig vertrekken. Het hele bouwsel was voorzien van steunbalken en stond los van de tempelmuur. Elke verdieping was breder dan die eronder, omdat de tempelmuur bovenaan smaller was dan onderaan. Elke verdieping was bereikbaar door een trap aan de kant van de tempel.
Ik zag dat de tempel op een verhoogd terras was gebouwd en dat de onderste laag vertrekken een strook van 2,70 meter van het terras besloeg. De buitenmuur van deze vertrekken was 2,25 meter dik en tussen de muur en de andere vertrekken, iets lager in de binnenste voorhof, bevond zich een strook van negen meter die helemaal rond de tempel liep. Twee deuren leidden vanaf de verdiepingen naar de vrije ruimte van het terras van 2,25 meter. De ene deur aan de noordkant, de andere aan de zuidkant.
Aan de westkant stond een groot gebouw dat uitkeek over het tempelplein. Het was 31,50 meter breed en 40,50 meter lang. De muren van dit gebouw waren 2,25 meter dik.

Ezec. 41:13-15a
AFMETINGEN VAN TEMPEL. Hierna mat hij de tempel en de haar omringende ruimten op. De oppervlakte was 45 meter in het vierkant. De binnenste voorhof aan de oostzijde van de tempel was eveneens 45 meter breed en hetzelfde gold voor het gebouw aan de westzijde van de tempel, inclusief de muren ervan.

Ezec. 41:15b-20
VERSIERINGEN. De centrale ruimte van de tempel, het Heilige der Heiligen en de hal waren voorzien van panelen en alle drie hadden zij afgeschermde vensters. De binnenmuren van de tempel waren betimmerd met hout, zowel onder als boven de vensters. De muur boven de deur naar het Heilige der Heiligen was ook betimmerd met hout. De muren waren versierd met afbeeldingen van engelen, ieder met twee gezichten, en met palmbomen tussen de engelen. Een menselijk gezicht keek naar de palmboom aan de ene kant en het andere gezicht (dat van een leeuw) keek naar de palmboom aan de andere kant. Zo was de hele binnenmuur van de tempel versierd met engelen en palmbomen.

Ezec. 41:21-26
TAFEL EN DEUREN. De deuren van de centrale ruimte hadden vierkante deurposten en voor het Heilige der Heiligen stond iets dat op een altaar leek, maar het was gemaakt van hout. Dit altaar was negentig centimeter in het vierkant en 1,35 meter hoog; de hoeken, het voetstuk en de zijkanten waren van hout. "Dit", vertelde hij mij, "is de tafel die voor de HERE staat." Zowel de centrale ruimte als het Heilige der Heiligen hadden dubbele deuren, elk met twee openklappende helften. De deuren die naar de centrale ruimte leidden, waren versierd met engelen en palmbomen, net als de muren. In de hal was een houten overkapping aangebracht. De muren van de hal waren ook voorzien van versieringen met engelen en palmbomen en ook de vertrekken aan de buitenkant hadden een houten overkapping.

Ezec. 42:1-14
GEBRUIK VAN PRIESTERVERTREKKEN. Toen leidde hij mij de tempel uit, terug naar de buitenste voorhof en de vertrekken aan de noordzijde van het tempelplein. Dit bouwwerk was 45 meter lang en half zo breed (22,50 meter). De rij vertrekken achter dit gebouw vormden de binnenmuur van de voorhof. De vertrekken waren verdeeld over drie verdiepingen, aan de ene kant uitkijkend op de buitenste voorhof, aan de andere kant op een negen meter brede strook van de binnenste voorhof. Tussen de vertrekken en het gebouw liep over de hele lengte een gang van 4,50 meter breed en 45 meter lang, waarvan de uitgangen op het noorden uitkwamen. De bovenste twee verdiepingen met vertrekken waren niet zo breed als de onderste, omdat de bovenste verdiepingen bredere galerijen hadden. En omdat dit gebouw niet werd ondersteund door balken, zoals het gebouw in de buitenste voorhof, weken de twee bovenste verdiepingen iets achteruit ten opzichte van de onderste verdieping. De noordelijke verdiepingen, het dichtst bij de buitenste voorhof, waren 22,50 meter lang; slechts half zo lang als de binnenste vleugel, die op het tempelplein uitkeek en 45 meter lang was. Maar vanaf de kortste vleugel strekte zich een muur uit, die parallel liep met de langere vleugel. Onder de vertrekken was een ingang aan de oostzijde vanaf de buitenste voorhof.
Tegenover de tempel, aan de zuidkant van de binnenste voorhof, stond eenzelfde gebouw als dit, samengesteld uit twee kleinere gebouwen met verdiepingen. Tussen de twee vleugels van dit gebouw lag een pad, net als bij het andere gebouw aan de overzijde van de voorhof. Het had kamers van dezelfde lengte en breedte en dezelfde uitgangen en deuren. En aan de oostkant was een ingang vanaf de buitenste voorhof.
Toen vertelde hij mij: "Deze noordelijke en zuidelijke verdiepingen met vertrekken die op het tempelplein uitkijken, zijn heilig. Daar zullen de priesters, die de offers aan de HERE brengen, van de allerheiligste offers eten en de spijsoffers, zondoffers en schuldoffers opslaan; want deze vertrekken zijn heilig. Als de priesters de heilige centrale ruimte van de tempel willen verlaten, moeten zij zich verkleden voordat zij de buitenste voorhof betreden. De speciale kleding waarin zij de HERE hebben gediend, moet eerst worden uitgetrokken, want zij zijn heilig. Zij moeten andere kleren aantrekken voordat zij de delen van het gebouw betreden, die openstaan voor het publiek."

Ezec. 42:15-20
OMLIGGEND GEBIED. Toen hij klaar was met deze metingen, leidde hij mij via de oostelijke doorgang naar buiten om het hele gebied rondom de tempel te kunnen meten. Hij kwam tot de slotsom dat het vierkant was, met zijden van 1350 meter, omringd door een muur om het geheiligde gebied af te scheiden van het niet-geheiligde gebied.

Ezec. 43:1-5
HEERLIJKHEID TREEDT BINNEN. Hierna bracht de man mij weer terug naar de oostelijke poort. Plotseling verscheen vanuit het oosten de heerlijkheid van de God van Israël. Het geluid van Zijn komst leek op dat van snelstromend water en de hele omgeving werd verlicht door Zijn heerlijkheid. Het was precies zoals ik in de andere visioenen had meegemaakt, eerst bij de Kebar-rivier en later bij Jeruzalem, toen Hij kwam om de stad te verwoesten. Ik viel voor Hem neer met mijn gezicht in het stof. Door de oostelijke poort ging de heerlijkheid van de HERE de tempel binnen. Toen nam de Geest mij op en bracht mij naar de binnenste voorhof en de heerlijkheid van de HERE vulde de hele tempel.

Ezec. 43:6-9
HEILIGHEID VAN TEMPEL. Ik hoorde toen dat de HERE vanuit de tempel tegen mij sprak (de man die alles had opgemeten, stond nog steeds naast mij). De HERE zei tegen mij: "Mensenzoon, dit is de plaats van mijn troon en mijn voetbank, waar Ik altijd zal blijven om temidden van de Israëlieten te leven. Zij en hun koningen zullen mijn naam niet langer ontheiligen door het overspelig vereren van andere goden of het aanbidden van afgodsbeelden, die hun koningen hebben neergezet. Zij bouwden hun afgodentempels naast mijn tempel, met alleen een muur als scheiding en vereerden daar hun afgoden. Omdat zij door die goddeloosheid een smet op mijn naam wierpen, verteerde Ik hen in mijn toorn. Laten zij nu hun afgoden en de beelden, die hun koningen hebben opgericht, wegdoen. Dan zal Ik voor altijd in hun midden blijven wonen.

Ezec. 43:10,11
VISIOEN VAN SCHAAMTE VAN ZONDAARS. Mensenzoon, geef de Israëlieten een beschrijving van de tempel die Ik u heb laten zien. Vertel hun hoe hij eruit zag en hoe hij was ingedeeld, zodat zij zich gaan schamen over al hun zonden. En als zij zich echt schamen om wat zij hebben gedaan, vertel hun dan over de details van de bouw van de tempel (zijn indeling, de deuren en ingangen) en over al het andere. Schrijf alle voorschriften en regels op, waaraan zij zich moeten houden.

Ezec. 43:12
OMLIGGEND GEBIED HEILIG. Dit is de belangrijkste wet van de tempel: Heiligheid! De hele top van de heuvel waarop de tempel is gebouwd, is heilig. Ja, dit is de belangrijkste regel betreffende de tempel.

Ezec. 43:13-17
HET ALTAAR. En dit zijn de afmetingen van het altaar: De goot is 45 centimeter diep en 45 centimeter breed, met een lijst langs de rand, die aan alle kanten van het altaar 23 centimeter uitsteekt. De eerste verhoging van het altaar is een stenen platform van negentig centimeter hoog. Dit platform is aan alle kanten 45 centimeter kleiner dan het onderliggende voetstuk. Hier bovenop ligt een platform dat ook weer aan alle zijden 45 centimeter kleiner is dan het onderliggende. Dit platform is 1,80 meter hoog. Op dit platform rust een ander, dat ook 1,80 meter hoog is en weer een ander, dat ook 1,80 meter hoog is en weer kleiner is dan het onderliggende. Dit is de bovenkant van het altaar, de vuurhaard, en vanaf de hoeken van deze vuurhaard steken vier lange horens de lucht in. De vuurhaard van het altaar heeft een lengte en een breedte van 5,40 meter. Het platform daaronder is 6,30 meter lang en breed, met rondom een rand van 23 centimeter breed. Dit hele platform heeft aan alle kanten een goot van 45 centimeter diep. Aan de oostkant zijn treden aangebracht voor het beklimmen van het altaar."

Ezec. 43:18-27
INWIJDING VAN ALTAAR. Hij vervolgde: "Mensenzoon, de Oppermachtige HERE zegt: Dit zijn de voorschriften die u moet volgen bij de dienst hier aan dit altaar, dat is opgericht voor het verbranden van offers en voor het sprenkelen van bloed. Voor een zondoffer moet een jonge stier worden overhandigd aan de Levieten uit de familie van Zadok, die mijn dienaars zijn. U zult een hoeveelheid van zijn bloed nemen en dat aan de vier horens van het altaar, aan de vier hoeken van het bovenste platform en aan de rand er rondom doen. Dit zal het altaar reinigen en verzoenen. Neem daarna de jonge stier, die als zondoffer was bestemd, en verbrand hem op de daarvoor aangewezen plaats buiten de tempel.
Op de tweede dag moet u een jonge bok als zondoffer brengen. Hij mag geen gebreken (ziekten, misvormingen, wonden of littekens) hebben. Op die manier zal het altaar worden gereinigd, net als bij de jonge stier. Wanneer u deze reinigingsceremonie hebt beëindigd, moet u nog een jonge stier en een ram uit de kudde offeren. Ook deze dieren mogen geen gebreken vertonen. Bied hen de HERE aan en de priesters zullen hen met zout bestrooien als een brandoffer. Zeven dagen lang moeten elke dag een bok, een jonge stier en een ram uit de kudde als zondoffer worden geofferd. Geen van hen mag ziek zijn of een gebrek vertonen. Doe dit zeven dagen achter elkaar om het altaar te reinigen en te verzoenen, waardoor het wordt geheiligd. Op de achtste dag en op elke dag daarna, moeten de priesters de brand en dankoffers van het volk op dit altaar offeren en Ik zal u aanvaarden, zegt de Oppermachtige HERE."

Ezec. 44:1-3
VOORRECHT VAN VORST. Toen bracht de man mij terug naar de oostelijke poort in de buitenmuur, maar die was gesloten. Hij zei tegen mij: "Deze poort zal gesloten blijven. Niemand zal er doorheen gaan, want de HERE, de God van Israël, is hier binnengekomen en daarom zal hij gesloten blijven. Alleen de koning mag (omdat hij de koning is) in de doorgang zitten en de maaltijd gebruiken voor de ogen van de HERE. Maar hij mag alleen binnenkomen en teruggaan door het voorportaal van de poort."

Download (Het Boek)
Download (Statenvertaling)

De chronologische Bijbel -- september



Met dank aan Biblica en Harvest House Publishers. Nadruk en reproductie verboden.
Voor meer details, lees alsjeblieft onze copyrightvoorwaarden



WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen